Om te rekenen met verschillende eenheden van oppervlakte, gebruik je een handig 'trapje' waarbij elke stap staat voor een factor 100. Dit is anders dan bij lengte-eenheden, waar elke stap een factor 10 is.
De belangrijkste eenheden van oppervlakte zijn:
- Vierkante kilometer (km2)
- Vierkante hectometer (hm2), ook wel hectare (ha) genoemd
- Vierkante decameter (dam2), ook wel are (a) genoemd
- Vierkante meter (m2) (Dit is de basiseenheid!)
- Vierkante decimeter (dm2)
- Vierkante centimeter (cm2)
- Vierkante millimeter (mm2)
Het trapje voor oppervlakte-eenheden:
Elke trede op dit trapje staat voor een stap van 100.
- Als je een trede naar beneden gaat (van een grotere eenheid naar een kleinere), doe je keer 100.
- Als je een trede naar boven gaat (van een kleinere eenheid naar een grotere), doe je delen door 100.
Hier is hoe het trapje eruitziet:
km2 (grootst)
↓×100
hm2 (hectare)
↓×100
dam2 (are)
↓×100
m2 (basis)
↓×100
dm2
↓×100
cm2
↓×100
mm2 (kleinst)
Voorbeeld:
Hoeveel vierkante centimeter (cm2) is 3 vierkante meter (m2)?
- Je gaat van vierkante meter (m2) naar vierkante centimeter (cm2).
- Kijk op het trapje: van m2 naar dm2 is één stap naar beneden (×100). Van dm2 naar cm2 is nog een stap naar beneden (×100).
- In totaal zijn dit twee stappen naar beneden, dus je vermenigvuldigt twee keer met 100. Dat is 100×100=10.000.
- De berekening is: 3 m2×10.000=30.000 cm2.
Dus, 3 vierkante meter is 30.000 vierkante centimeter.
Voorbeeld 2:
Hoeveel vierkante meter (m2) is 25.000 vierkante centimeter (cm2)?
- Je gaat van vierkante centimeter (cm2) naar vierkante meter (m2).
- Kijk op het trapje: van cm2 naar dm2 is één stap naar boven (÷100). Van dm2 naar m2 is nog een stap naar boven (÷100).
- In totaal zijn dit twee stappen naar boven, dus je deelt twee keer door 100. Dat is 100×100=10.000.
- De berekening is: 25.000 cm2÷10.000=2,5 m2.
Dus, 25.000 vierkante centimeter is 2,5 vierkante meter.
Onthoud goed:
- Als je van een kleine eenheid naar een grote eenheid gaat (omhoog op het trapje), wordt het getal kleiner (je deelt).
- Als je van een grote eenheid naar een kleine eenheid gaat (omlaag op het trapje), wordt het getal groter (je vermenigvuldigt).