Wanneer een metaaloxide zoals kaliumoxide (K2O) met water reageert, gebeurt er een specifieke zuur-base reactie.
-
Dissociatie van het zout: Kaliumoxide (K2O) is een zout, omdat het bestaat uit een metaal (kalium) en een niet-metaal (zuurstof). Wanneer K2O in water wordt gebracht, dissocieert het in zijn ionen: kaliumionen (K+) en oxide-ionen (O2−).
K2O(s)⟶2K+(aq)+O2−(aq)
-
Reactie van het oxide-ion met water: Het oxide-ion (O2−), dat vrijkomt bij de dissociatie, is een zeer sterke base. Water (H2O) kan zowel als zwak zuur als als zwakke base reageren. In aanwezigheid van een sterke base zoals O2− zal water als zuur reageren. Het oxide-ion onttrekt een proton (H+) aan een watermolecuul.
De reactie die plaatsvindt is:
O2−(aq)+H2O(l)⟶2OH−(aq)
Hierbij worden hydroxide-ionen (OH−) gevormd. De kaliumionen (K+) nemen niet deel aan deze specifieke zuur-base reactie en worden daarom tribune-ionen genoemd.
Samenvattend: een metaaloxide zoals K2O reageert met water door eerst te dissociëren in ionen, waarna het oxide-ion (O2−) reageert met water om hydroxide-ionen (OH−) te vormen. Dit maakt de oplossing basisch.