Hoe herken ik de passé composé, futur en présent?
Hoe herken ik de passé composé, futur en présent?
Hoe herken ik de présent (tegenwoordige tijd) in het Frans?
Antwoord van Ainstein
Om de 'présent' (tegenwoordige tijd) in het Frans te herkennen, kijk je vooral naar de uitgangen van het werkwoord en soms naar hulpwerkwoorden.
Hier zijn de kenmerken voor regelmatige werkwoorden:
-
Regelmatige werkwoorden op -ER (zoals 'parler' - praten):
- De uitgangen zijn: -e, -es, -e, -ons, -ez, -ent.
- Voorbeeld:
- *je parle (ik praat)
- *tu parles (jij praat)
- *il/elle/on parle (hij/zij/men praat)
- *nous parlons (wij praten)
- *vous parlez (jullie praten/u praat)
- *ils/elles parlent (zij praten)
-
Regelmatige werkwoorden op -RE (zoals 'vendre' - verkopen):
- De uitgangen zijn: -s, -s, (geen uitgang), -ons, -ez, -ent.
- Voorbeeld:
- *je vends (ik verkoop)
- *tu vends (jij verkoopt)
- *il/elle/on vend (hij/zij/men verkoopt)
- *nous vendons (wij verkopen)
- *vous vendez (jullie verkopen/u verkoopt)
- *ils/elles vendent (zij verkopen)
-
Regelmatige werkwoorden op -IR (zoals 'finir' - eindigen):
- De uitgangen zijn: -is, -is, -it, -issons, -issez, -issent.
- Voorbeeld:
- *je finis (ik eindig)
- *tu finis (jij eindigt)
- *il/elle/on finit (hij/zij/men eindigt)
- *nous finissons (wij eindigen)
- *vous finissez (jullie eindigen/u eindigt)
- *ils/elles finissent (zij eindigen)
Onregelmatige werkwoorden: Deze werkwoorden hebben hun eigen specifieke vormen die je vaak uit je hoofd leert. Voorbeelden zijn 'être' (zijn), 'avoir' (hebben), 'faire' (doen/maken) en 'aller' (gaan).
- Een handige tip is dat de 'tu'-vorm bijna altijd op een -s eindigt.
- De 'nous'-vorm eindigt bijna altijd op -ons.
- Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
- Stel vragen en krijg direct antwoord
- Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining

Gerelateerde vragen
Vind antwoorden op vragen die gerelateerd zijn aan dit onderwerp.