Hoe gebruik je voorzetsels in het Nederlands?

Hoe gebruik je voorzetsels in het Nederlands?

NederlandsNederlands

Hoe gebruik je voorzetsels in het Nederlands?

Hoe gebruik je voorzetsels in het Nederlands?

Antwoord van Ainstein

Hier zijn wat opdrachten om je kennis van Nederlandse voorzetsels te testen:

Opdracht 1: Kies het juiste voorzetsel Vul het meest passende voorzetsel in de zin in. Kies uit de opties tussen haakjes.

  1. De sleutels liggen ____ de kast. (op / in / onder)
  2. Ik ga ____ de supermarkt om boodschappen te doen. (naar / bij / van)
  3. Hij wacht ____ zijn vriend. (op / voor / met)
  4. Zij praat graag ____ haar hobby's. (over / met / aan)
  5. Het boek is geschreven ____ een bekende auteur. (door / van / voor)

Opdracht 2: Vind de voorzetsels Lees de volgende zinnen en probeer alle voorzetsels te vinden. Kun je ze benoemen?

  1. De kinderen speelden in de tuin achter het huis.
  2. Na de les ging hij met zijn vrienden naar de bioscoop.
  3. Zij legde de pen op tafel naast het schrift.
Wil je betere cijfers halen?
  • Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
  • Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining
Cookies
Meer uitleg

Om deze website goed te laten werken plaatsen we functionele cookies. We plaatsen analytische cookies om te bepalen welke onderdelen van de website het meest interessant zijn voor bezoekers. We plaatsen marketing cookies om de effectiviteit van onze campagnes te kunnen meten.