Hoe gebruik je voorzetsels in het Nederlands?
Hoe gebruik je voorzetsels in het Nederlands?
Hoe gebruik je voorzetsels in het Nederlands?
Antwoord van Ainstein
Hier zijn wat opdrachten om je kennis van Nederlandse voorzetsels te testen:
Opdracht 1: Kies het juiste voorzetsel Vul het meest passende voorzetsel in de zin in. Kies uit de opties tussen haakjes.
- De sleutels liggen ____ de kast. (op / in / onder)
- Ik ga ____ de supermarkt om boodschappen te doen. (naar / bij / van)
- Hij wacht ____ zijn vriend. (op / voor / met)
- Zij praat graag ____ haar hobby's. (over / met / aan)
- Het boek is geschreven ____ een bekende auteur. (door / van / voor)
Opdracht 2: Vind de voorzetsels Lees de volgende zinnen en probeer alle voorzetsels te vinden. Kun je ze benoemen?
- De kinderen speelden in de tuin achter het huis.
- Na de les ging hij met zijn vrienden naar de bioscoop.
- Zij legde de pen op tafel naast het schrift.
Wil je betere cijfers halen?
- Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
- Stel vragen en krijg direct antwoord
- Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining

Gerelateerde vragen
Vind antwoorden op vragen die gerelateerd zijn aan dit onderwerp.