Massa kun je op twee manieren bepalen:
-
Met een weegschaal: Dit is de meest directe manier. Je legt de stof op de weegschaal en leest de massa af.
- Zorg ervoor dat de weegschaal op nul gram staat voordat je begint.
- De eenheden die je gebruikt zijn meestal gram (g) of kilogram (kg). Eén kilogram is gelijk aan 1000 gram.
-
Berekenen met dichtheid en volume: Als je de dichtheid (ρ) en het volume (V) van een stof weet, kun je de massa (m) berekenen met de formule:
m=ρ×V
Deze formule is afgeleid van de basisformule voor dichtheid:
ρ=Vm
Hierbij is:
- m de massa (bijvoorbeeld in kilogram (kg) of gram (g))
- ρ de dichtheid (bijvoorbeeld in kilogram per kubieke meter (kg/m³) of gram per kubieke centimeter (g/cm³))
- V het volume (bijvoorbeeld in kubieke meters (m³) of kubieke centimeters (cm³))
Voorbeeld:
Stel, je hebt een blok hout met een volume van 0,002 m³ en de dichtheid van dit hout is 700 kg/m³.
De massa bereken je dan als volgt:
m=ρ×V
m=700 kg/m³×0,002 m³
m=1,4 kg
De massa van het blok hout is dus 1,4 kilogram.