Hoe bereken ik het gemiddelde met klassenmiddens en frequenties op een grafische rekenmachine?
Hoe bereken ik het gemiddelde met klassenmiddens en frequenties op een grafische rekenmachine?
Hoe bereken ik het gemiddelde met klassenmiddens en frequenties op een grafische rekenmachine, en welke gegevens moet ik invoeren in Lijst 1 (L1) en Lijst 2 (L2)?
Antwoord van Ainstein
Om het gemiddelde te berekenen met klassenmiddens en frequenties op een grafische rekenmachine, volg je de volgende stappen voor de invoer:
- Lijst 1 (L1): Voer hier de klassenmiddens in.
- Lijst 2 (L2): Voer hier de bijbehorende frequenties in.
Het is belangrijk dat je in L2 alleen de frequenties invoert, en niet de uitkomsten van de vermenigvuldiging van het klassenmidden met de frequentie. De grafische rekenmachine voert deze vermenigvuldiging en de daaropvolgende optelling automatisch uit om het gemiddelde te bepalen.
Voorbeeld: Stel, je hebt de volgende klassenmiddens en frequenties:
- Klassenmiddens: 2.5, 7.5, 12.5, 17.5, 22.5, 27.5, 32.5
- Frequenties: 17, 23, 8, 5, 6, 4, 13
Je voert dit als volgt in op je grafische rekenmachine:
- L1 (klassenmiddens):
- 2.5
- 7.5
- 12.5
- 17.5
- 22.5
- 27.5
- 32.5
- L2 (frequenties):
- 17
- 23
- 8
- 5
- 6
- 4
- 13
Nadat je deze gegevens hebt ingevoerd, gebruik je de statistische functies van je rekenmachine (vaak te vinden onder 'STAT' en dan 'CALC' of '1-Var Stats' met L1 als lijst en L2 als frequentielijst) om het gemiddelde te berekenen.
Handmatige controle van de berekening: De rekenmachine berekent het gemiddelde door de som van de producten van klassenmiddens en frequenties te delen door de totale frequentie.
-
Bereken de som van de frequenties (totale frequentie):
-
Bereken de som van de producten van klassenmiddens en frequenties: