Percentageberekeningen zijn essentieel in veel situaties, van het uitrekenen van kortingen tot het analyseren van gegevens. Hieronder vind je verschillende methoden voor veelvoorkomende percentageberekeningen:
-
Een percentage van een getal berekenen:
Om een percentage van een getal te berekenen, volg je de volgende stappen:
- Zet het percentage om naar een decimaal getal. Dit doe je door het percentage te delen door 100.
- Voorbeeld: Als je 21% wilt berekenen, deel je 21 door 100: 21÷100=0,21.
- Vermenigvuldig het decimale getal met het getal waarvan je het percentage wilt weten.
- Voorbeeld: Om 21% van 23,8 liter te berekenen, vermenigvuldig je 0,21 met 23,8: 0,21×23,8=4,998.
Dus, 21% van 23,8 liter is 4,998 liter.
- Een ander voorbeeld: Om 60% van 150 leerlingen te berekenen, vermenigvuldig je 0,60 met 150: 0,60×150=90.
-
Het totaal vinden als je een percentage weet:
Als je een deel van een totaal weet en welk percentage dit deel vertegenwoordigt, kun je het totale bedrag berekenen.
- Deel het bekende deel door het percentage (als decimaal getal).
- Voorbeeld: Als 120 leerlingen 80% van het totaal aantal deelnemers is, bereken je het totaal door 120 te delen door 0,80: 120÷0,80=150. Het totale aantal deelnemers is 150.
-
Een procentuele afwijking of verandering berekenen:
Om te bepalen hoeveel iets procentueel afwijkt of verandert, gebruik je de volgende formule:
- Procentuele afwijking=(Oorspronkelijke waardeAfwijking)×100%
- Voorbeeld: Als de afwijking 10,8 is en de oorspronkelijke waarde 115, dan is de procentuele afwijking: (10,8÷115)×100%≈9,39%.
-
Een waarde berekenen na een procentuele verandering (bijvoorbeeld een korting):
Als een waarde met een bepaald percentage is verminderd en je wilt de oorspronkelijke waarde weten, of de nieuwe waarde na de verandering.
- Voorbeeld: Een auto rijdt 100 km/u, wat 15% minder is dan de werkelijke snelheid. Om de werkelijke snelheid te vinden, deel je de 100 km/u door het percentage dat het nog wel is (100% - 15% = 85% of 0,85): 100÷0,85≈117,6 km/u.
-
Percentages optellen of aftrekken:
Je kunt percentages direct optellen of aftrekken als ze betrekking hebben op hetzelfde totaal.
- Voorbeeld: Als 10% van de leerlingen minder dan 15 minuten leert en 20% tussen 15 en 30 minuten, dan leert in totaal 10%+20%=30% van de leerlingen minder dan 30 minuten.
- Voorbeeld: Als je de percentages van alle andere groepen weet, kun je het resterende percentage berekenen door deze van 100% af te trekken: 100%−(10%+20%+25%+15%+5%)=25%.
Deze methoden helpen je om verschillende soorten percentageberekeningen uit te voeren.