Ons zonnestelsel bestaat uit acht planeten die rond de zon draaien, waaronder de aarde, en een dwergplaneet zoals Pluto. Naast planeten en dwergplaneten vind je er ook:
- Manen: Hemellichamen die om planeten draaien. De aarde heeft één maan.
- Kometen: Bestaan uit ijs en stof en krijgen een staart als ze dicht bij de zon komen.
- Meteorieten: Dit zijn restanten van meteoren die op aarde inslaan.
- Asteroïdengordel: Een gebied tussen Mars en Jupiter vol met kleine brokstukken.
Ons zonnestelsel is onderdeel van het universum, dat opgebouwd is uit verschillende structuren:
- Een sterrenstelsel is een verzameling van sterren met hun planeten. De Melkweg is het spiraalvormige sterrenstelsel waar ons zonnestelsel zich in bevindt.
- Een cluster is een verzameling van sterrenstelsels die door zwaartekracht bij elkaar worden gehouden. De Lokale Groep is het cluster waar de Melkweg toe behoort.
- Het universum (of heelal) omvat alle clusters, sterrenstelsels, zonnestelsels en alles wat daarbuiten ligt.
Om afstanden in het heelal te meten, worden speciale eenheden gebruikt:
- De lichtsnelheid is de constante snelheid van het licht, die ongeveer 3×108 meter per seconde bedraagt.
- Een lichtjaar is de afstand die het licht in één jaar aflegt. Deze afstand kan berekend worden met de formule S=v×t, waarbij S de afstand is, v de snelheid en t de tijd.
- Als voorbeeld: S=(3×108 m/s)×(365 dagen×24 uur/dag×3600 s/uur).
- Dit komt neer op ongeveer 9,5×1015 meter. Zonlicht doet er bijvoorbeeld 8,3 minuten over om de aarde te bereiken.
De oerknaltheorie stelt dat het heelal ongeveer 13,8 miljard jaar geleden is ontstaan uit één punt en sindsdien nog steeds uitdijt. Belangrijke bewijzen voor deze theorie zijn de ontdekking van Edwin Hubble in 1929 dat sterrenstelsels van ons af bewegen (uitdijing van het heelal) en de aanwezigheid van kosmische achtergrondstraling, een overblijfsel van de oerknal.