Hoe bereken je de afwenteling van een heffing op vragers?

Hoe bereken je de afwenteling van een heffing op vragers?

EconomieEconomie

Hoe bereken je de afwenteling van een heffing op vragers?

Hoe bereken je de afwenteling van een heffing op vragers, de totale opbrengst van de heffing voor de overheid, en de omzet die aanbieders overhouden na afdracht van de heffing, met de volgende gegevens:

  • Vraagfunctie: Qv=0,2p+8Qv = -0,2p + 8
  • Oorspronkelijke aanbodfunctie: Qa=0,2p2Qa = 0,2p - 2
  • Aanbodfunctie na een heffing van €10: Qa=0,2p4Qa' = 0,2p - 4
  • Oorspronkelijke evenwichtsprijs: Poud=25P_{oud} = €25
  • Nieuwe evenwichtsprijs: Pnieuw=30P_{nieuw} = €30
  • Hoogte van de heffing: €10 En hoe arceer je de totale opbrengst van de heffing in een grafiek?

Antwoord van Ainstein

Het berekenen van de afwenteling van een heffing, de opbrengst voor de overheid en de omzet voor aanbieders zijn belangrijke concepten in de economie. Hieronder vind je de stappen en berekeningen voor de gegeven situatie.

1. Bereken hoeveel procent van de heffing van €10 door de aanbieders afgewenteld wordt op de vragers

Afwenteling gaat over wie uiteindelijk de last van een heffing draagt. Om dit te berekenen, kijken we naar het verschil in de prijs die de vragers betalen vóór en na de heffing.

  1. Oorspronkelijke evenwichtsprijs (zonder heffing): Poud=25P_{oud} = €25
  2. Nieuwe evenwichtsprijs (met heffing): Pnieuw=30P_{nieuw} = €30
  3. Prijsstijging voor de vragers: PnieuwPoud=3025=5P_{nieuw} - P_{oud} = €30 - €25 = €5

De heffing bedraagt €10. De prijs voor de vragers is met €5 gestegen.

Percentage afwenteling op vragers: Prijsstijging voor vragersHoogte van de heffing×100%=510×100%=50%\frac{\text{Prijsstijging voor vragers}}{\text{Hoogte van de heffing}} \times 100\% = \frac{€5}{€10} \times 100\% = 50\%

De aanbieders wentelen dus 50% van de heffing af op de vragers. Dit betekent dat de vragers de helft van de last van de heffing dragen, en de aanbieders de andere helft.

2. Bereken de totale opbrengst van de heffing voor de overheid

De totale opbrengst van de heffing voor de overheid is het product van de hoogte van de heffing per eenheid en de hoeveelheid die na de heffing wordt verhandeld.

  1. Hoogte van de heffing per eenheid: €10
  2. Nieuwe evenwichtsprijs (met heffing): Pnieuw=30P_{nieuw} = €30

Nu berekenen we de nieuwe evenwichtshoeveelheid (QQ) door de nieuwe evenwichtsprijs in de vraagfunctie in te vullen: Qv=0,2P+8Qv = -0,2P + 8 Qv=0,2(30)+8Qv = -0,2(30) + 8 Qv=6+8Qv = -6 + 8 Qv=2Qv = 2

De nieuwe evenwichtshoeveelheid is 2 eenheden.

Totale opbrengst van de heffing voor de overheid: Totale opbrengst=Hoeveelheid×Heffing per eenheid\text{Totale opbrengst} = \text{Hoeveelheid} \times \text{Heffing per eenheid} Totale opbrengst=2×10=20\text{Totale opbrengst} = 2 \times €10 = €20

De totale opbrengst van de heffing voor de overheid bedraagt €20.

Belangrijke opmerking over de schaal van de hoeveelheid: Soms worden de hoeveelheden in de formules uitgedrukt in 'x 1.000' of 'x 100.000'. Als in de opdracht staat dat QQ bijvoorbeeld in honderdduizendtallen is, dan zou onze berekende Q=2Q=2 betekenen dat er 200.000 eenheden worden verhandeld. In dat geval zou de totale opbrengst van de heffing voor de overheid zijn: Totale opbrengst = 10×200.000=2.000.000€10 \times 200.000 = €2.000.000 Controleer altijd de inleiding van de opdracht in je boekje om te zien of er een schaalvergroting voor QQ wordt vermeld. Zonder die informatie gaan we uit van de directe uitkomst van de formule.

3. Arceer de totale opbrengst van de heffing voor de overheid

Om de totale opbrengst van de heffing voor de overheid in een grafiek te arceren, volg je deze stappen:

  1. Teken de oorspronkelijke vraag- en aanbodlijnen (Qv=0,2p+8Qv = -0,2p + 8 en Qa=0,2p2Qa = 0,2p - 2). Het oorspronkelijke evenwicht is bij P=25P=25 en Q=3Q=3.
  2. Teken de nieuwe aanbodlijn (Qa=0,2p4Qa' = 0,2p - 4). Deze lijn ligt boven de oorspronkelijke aanbodlijn, omdat de aanbieders nu een hogere prijs vragen voor dezelfde hoeveelheid (of minder aanbieden bij dezelfde prijs) vanwege de heffing.
  3. Identificeer het nieuwe evenwichtspunt waar de vraaglijn (QvQv) de nieuwe aanbodlijn (QaQa') snijdt. Dit is bij P=30P=30 en Q=2Q=2.
  4. De opbrengst van de heffing voor de overheid is een rechthoek in de grafiek.
    • De hoogte van deze rechthoek is de heffing per eenheid, dus €10.
    • De breedte van deze rechthoek is de nieuwe evenwichtshoeveelheid, dus 2 eenheden.
    • Je arceert de rechthoek die begint bij de nieuwe evenwichtshoeveelheid (Q=2Q=2) op de x-as. De bovenkant van de rechthoek reikt tot de prijs die de vragers betalen (€30). De onderkant van de rechthoek reikt tot de prijs die de aanbieders ontvangen na afdracht van de heffing (€20). De breedte is de verhandelde hoeveelheid (2). Dit rechthoekige gebied vertegenwoordigt de totale belastingopbrengst.

4. Bereken de omzet die de aanbieders overhouden na afdracht van de heffing aan de overheid

De omzet die de aanbieders overhouden na afdracht van de heffing is de prijs die zij per eenheid ontvangen, vermenigvuldigd met de verhandelde hoeveelheid.

  1. Nieuwe evenwichtshoeveelheid: Q=2Q = 2
  2. Prijs die vragers betalen: Pnieuw=30P_{nieuw} = €30
  3. Heffing per eenheid: €10

De prijs die de aanbieders per eenheid ontvangen ná afdracht van de heffing is de prijs die de vragers betalen min de heffing: Paanbieder=PnieuwHeffing=3010=20P_{aanbieder} = P_{nieuw} - \text{Heffing} = €30 - €10 = €20

Omzet die de aanbieders overhouden na afdracht: Omzet=Hoeveelheid×Paanbieder\text{Omzet} = \text{Hoeveelheid} \times P_{aanbieder} Omzet=2×20=40\text{Omzet} = 2 \times €20 = €40

De omzet die de aanbieders overhouden na afdracht van de heffing aan de overheid bedraagt €40.

Wil je betere cijfers halen?
  • Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
  • Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining