De totale opbrengst van een heffing voor de overheid bereken je door de hoogte van de heffing per eenheid te vermenigvuldigen met de hoeveelheid producten die na de invoering van de heffing wordt verhandeld.
De stappen om de totale opbrengst van de heffing voor de overheid te berekenen zijn:
- Bepaal de hoogte van de heffing per eenheid. Dit is het bedrag dat de overheid per verkocht product ontvangt.
- Bereken de nieuwe evenwichtshoeveelheid. Dit is de hoeveelheid producten die wordt verhandeld nadat de heffing is ingevoerd en de markt een nieuw evenwicht heeft bereikt. Je vindt deze door de nieuwe evenwichtsprijs in de vraag- of aanbodfunctie (na heffing) in te vullen.
- Vermenigvuldig de heffing per eenheid met de nieuwe evenwichtshoeveelheid. Dit geeft de totale opbrengst die de overheid uit de heffing ontvangt.
Voorbeeld met de gegeven functies:
Stel, de vraagfunctie is Qv=−0,2P+8, de aanbodfunctie na heffing is Qa′=0,2P−4, de heffing per eenheid is €10 en de nieuwe evenwichtsprijs is €30.
- Hoogte van de heffing per eenheid: €10
- Bereken de nieuwe evenwichtshoeveelheid (Q):
Vul de nieuwe evenwichtsprijs (P=€30) in de vraagfunctie in:
Qv=−0,2(30)+8
Qv=−6+8
Qv=2
De nieuwe evenwichtshoeveelheid is 2 eenheden.
- Bereken de totale opbrengst van de heffing voor de overheid:
Totale opbrengst=Hoeveelheid×Heffing per eenheid
Totale opbrengst=2×€10=€20
De totale opbrengst van de heffing voor de overheid bedraagt in dit voorbeeld €20.
Verklaring van een verschil in berekende hoeveelheid (bijvoorbeeld 10 x 200.000):
Als een oplossing zoals "10 x 200.000" wordt gegeven, suggereert dit dat de verhandelde hoeveelheid 200.000 eenheden is, in plaats van de 2 eenheden die we berekenden. Dit verschil komt waarschijnlijk door de schaal van de eenheden die in de opdracht wordt gebruikt.
Vaak worden in economische modellen de hoeveelheden (Q) uitgedrukt in duizendtallen, honderdduizendtallen of miljoenen. Als in de inleiding van de opdracht staat dat Q bijvoorbeeld in 'honderdduizendtallen' is uitgedrukt, dan betekent onze berekende Q=2 in werkelijkheid 2×100.000=200.000 eenheden.
In dat geval zou de berekening van de totale opbrengst van de heffing voor de overheid als volgt zijn:
Totale opbrengst=Heffing per eenheid×Werkelijke hoeveelheid
Totale opbrengst=€10×200.000=€2.000.000
Controleer daarom altijd de inleiding van de opdracht om te zien of er specifieke informatie wordt gegeven over de schaal waarin de hoeveelheden (Q) zijn uitgedrukt.