Leerdoelen
•Je kunt bij problemen met verhoudingen een verhoudingstabel gebruiken om tot de juiste oplossing te komen.
De verhoudingstabel
Voorbeeld 1: het bakken van een cake voor 30 personen
Stel je voor dat je een cake wilt bakken voor 12 personen. De ingrediënten die je dan nodig hebt zijn: 250 gram cakemeel, 250 gram ongezouten roomboter, 250 gram fijne kristalsuiker, 1 mespunt zout, 5 middelgrote eieren en 1 vanillestokje.
Rosa is jarig en wil haar klas trakteren op deze heerlijke cake. Er zitten 30 leerlingen in haar klas. Hoeveel van elk ingrediënt heeft Rosa nodig om voor iedereen cake te maken? Je kunt dit probleem oplossen met een verhoudingstabel.
Om de verhoudingstabel te maken, begin je met het aantal personen (verhouding van 12) en dit moet naar 30 leerlingen toe. In de verhoudingstabel begin je dan ook met de verhouding voor 12 personen, en deel je vervolgens alle ingrediënten door 12, zodat je de ingrediënten voor 1 persoon krijgt. Daarna vermenigvuldig je alles met 30 om de hoeveelheden voor 30 leerlingen te vinden.

Als je de berekeningen uitvoert, kom je erachter dat Rosa 625 gram cakemeel, roomboter, en suiker nodig heeft, 2,5 mespunten zout, 12,5 eieren, en 2,5 vanillestokjes nodig heeft. Rosa kan nu genoeg cake bakken voor haar hele klas.
Voorbeeld 2: het verdelen van geld over goede doelen
Een andere interessante situatie waarin je een verhoudingstabel kunt gebruiken, is bij het verdelen van geld over goede doelen. Stel je een school voor die € 12.400 heeft ingezameld voor verschillende goede doelen. Het bedrag wordt verdeeld over 3 verschillende goede doelen: een deel voor India, het ondersteuningsfonds van de school, en de voedselbank. De verdeling is respectievelijk 5:2:1, wat betekent dat India 5 delen krijgt, het ondersteuningsfonds 2 delen, en de voedselbank 1 deel.
Om erachter te komen hoeveel elk doel krijgt, maak je eerst een verhoudingstabel met de totalen en de drie goede doelen. Je voegt dan de verdelingen bij (5 + 2 + 1 = 8) en zet deze bij het totaal van € 12.400. Je deelt vervolgens alle bedragen door 8 om terug te rekenen naar 1 eenheid, en vermenigvuldigt daarna met het ingezamelde bedrag om de bedragen voor elk doel te verkrijgen.

Na alle berekeningen kun je concluderen dat India € 7.750 ontvangt, het ondersteuningsfonds € 3.100 krijgt, en de voedselbank € 1.550.




