Leerdoelen
•Je kunt de eigenschappen van een rechte hoek, gestrekte hoek en overstaande hoeken benoemen
•Je kunt de regels voor de hoekensom van een driehoek, basishoeken, de bissectrice, F-hoeken en Z-hoeken toepassen.
Rechte hoek
De rechte hoek, vaak aangeduid met een klein vierkantje in de hoek, is altijd

Gestrekte hoek
Een gestrekte hoek is een hoek waarvan de benen volledig uiteen liggen in een rechte of schuine lijn. Deze hoek meet altijd

Overstaande hoeken
Als twee lijnen elkaar kruisen, ontstaan er overstaande hoeken. Overstaande hoeken zijn even groot. In het voorbeeld geldt dus:

Hoekensom van een driehoek
De som van de drie hoeken in een driehoek is altijd

Basishoeken
In het geval van een gelijkbenige driehoek, zijn de twee hoeken aan de basis van de driehoek altijd gelijk. Deze zijn de basishoeken. De overgebleven hoek wordt de tophoek genoemd.

Let op: de tophoek bevindt zich niet altijd aan de bovenkant van de driehoek.
Bissectrice of deellijn
Bij een bissectrice, ook bekend als deellijn, wordt een hoek precies in twee gelijke delen gesplitst.

F-hoeken en Z-hoeken
F-hoeken en Z-hoeken kun je vinden als een lijn twee evenwijdige lijnen snijdt. De vereiste is dat de twee buitenste lijnen van de F- en Z-hoeken altijd evenwijdig aan elkaar zijn. De hoek waaronder de lijn de evenwijdige lijnen snijdt, maakt niet uit.
Voor F-hoeken lijkt de buitenvorm op die van de letter F. In onderstaand voorbeeld is door de F-hoek

Voor de Z-hoeken lijkt de buitenvorm op die van de letter Z. In onderstaand voorbeeld is door de Z-hoek

Let op: de F en Z kunnen ook gespiegeld of op hun kop staan.




