In de figuur is een rechthoek$A B C Dgetekend met daarin drie cirkels. Ook is de diagonaal$B Dgetekend. Hierdoor ontstaan de driehoeken$A B Den$B C D. Gegeven is verder:
•de drie cirkels hebben dezelfde straal$r;
•de onderste cirkel heeft middelpunt$Men raakt aan elke zijde van driehoek$A B D. Deze cirkel raakt zijde$B Din het punt$F. Er geldt dus dat$M Floodrecht op zijde$B Dstaat;
•de bovenste cirkel heeft middelpunt$Nen raakt aan elke zijde van driehoek$B C D. Deze cirkel raakt zijde$B Din het punt$G. Er geldt dus dat$N Gloodrecht op zijde$B Dstaat;
•het middelpunt$Svan de middelste cirkel is het snijpunt van$F Gen$M N;
•de middelste cirkel raakt aan de bovenste en aan de onderste cirkel.
In de figuur is vierhoek$M F N Gaangegeven. Deze vierhoek is te verdelen in twee rechthoekige driehoeken$M F Gen$F N G.
figuur
5 punten
Open vraag
Onderzoek of de oppervlakte van vierhoek$M F N Ggroter dan, kleiner dan of gelijk aan de oppervlakte van een van de cirkels is.
Beoordeling
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
Opmerking
Als gewerkt wordt met één gekozen waarde van r, en uitgelegd wordt waarom dit geen invloed heeft op de juistheid van de conclusie, hiervoor geen scorepunten in mindering brengen. Als deze uitleg ontbreekt, voor deze vraag maximaal 3 scorepunten toekennen.
Op deze pagina behandelen we vraag 17 van het centraal examen wiskunde B vwo 2023 – tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Rechthoek met drie cirkels, en is 5 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
Oude antwoorden terugzien
Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden