In de figuur is een rechthoek$A B C Dgetekend met daarin drie cirkels. Ook is de diagonaal$B Dgetekend. Hierdoor ontstaan de driehoeken$A B Den$B C D. Gegeven is verder:
•de drie cirkels hebben dezelfde straal$r;
•de onderste cirkel heeft middelpunt$Men raakt aan elke zijde van driehoek$A B D. Deze cirkel raakt zijde$B Din het punt$F. Er geldt dus dat$M Floodrecht op zijde$B Dstaat;
•de bovenste cirkel heeft middelpunt$Nen raakt aan elke zijde van driehoek$B C D. Deze cirkel raakt zijde$B Din het punt$G. Er geldt dus dat$N Gloodrecht op zijde$B Dstaat;
•het middelpunt$Svan de middelste cirkel is het snijpunt van$F Gen$M N;
•de middelste cirkel raakt aan de bovenste en aan de onderste cirkel.
In de figuur is vierhoek$M F N Gaangegeven. Deze vierhoek is te verdelen in twee rechthoekige driehoeken$M F Gen$F N G.


