Wanneer een vector in een lijn wordt gespiegeld, wordt zowel het beginpunt als het eindpunt van de vector in die lijn gespiegeld.
Het resultaat is een nieuwe vector die het gespiegelde beginpunt en het gespiegelde eindpunt verbindt.
In figuur 1 is een voorbeeld weergegeven.
Daarin wordt vector$\overrightarrow{A B}, met$A(1{,}1)en$B(2{,}3), gespiegeld in de lijn met vergelijking$x=3. Het spiegelbeeld is dan vector$\overrightarrow{C D}, met$C(5{,}1)en$D(4{,}3).

Gegeven is punt$F(7{,}2)en vector$\overrightarrow{O F}.

