Vaak komen we in de wiskunde formules tegen met verschillende variabelen. Dit zijn de letters die in een formule zitten zoals x, y en z. Echter, variabelen hoeven niet bedreigend te zijn. Hoewel allerlei letters in een formule imponerend kunnen lijken, vooral wanneer ook wortels of breuken aanwezig zijn, kan je altijd getallen invullen voor deze variabelen. Dit proces wordt vastzetten genoemd.
Hoe werkt dat in de praktijk?
Laten we het concept van het vastzetten van variabelen in een formule begrijpen met het voorbeeld van soep. Soep wordt vaak verkocht in cilindervormige blikjes. De inhoud (I) van zo'n blik kan worden berekend met de formule I = 0,78 · d2 · h. Hierin is I de inhoud in kubieke centimeter, d de diameter in centimeter, en h de hoogte in centimeter.
Om de inhoud te berekenen voor een blik soep met een diameter van 7,3 cm en een hoogte van 12 cm, kunnen we deze gegevens vastzetten in onze formule. We gaan dus de gegevens invullen in de formule. Dit leidt tot I = 0,78 · 7,32 · 12 = een berekende inhoud van 498,79 kubieke centimeter. Dit is nog om te schrijven naar 0,4987... dm3 wat gelijk is aan ongeveer 0,5 L.
Grafieken maken met variabelen
We kunnen ook grafieken tekenen met behulp van meerdere variabelen. Hiervoor moeten we eerst de variabelen vastzetten. Bijvoorbeeld, als we een grafiek willen maken van soepblikken met verschillende diameters (d), kunnen we de variabele I (inhoud) vastzetten op 500 (wat gelijk is aan een halve liter soep). Door d horizontaal en h (hoogte) verticaal te tekenen in een grafiek, kunnen we zien hoe de hoogte van het soepblik verandert met verandering in diameter. We maken als eerst een tabel waarbij we de diameter telkens met 0,5 verhogen en vervolgens de hoogte berekenen.

Deze gegevens uit bovenstaande tabel kunnen we ook weergeven in een grafiek, zie hieronder.





