Leerdoelen
•Je kunt breuken optellen en aftrekken
•Je kunt breuken vereenvoudigen
•Je kunt met breuken vermenigvuldigen en delen
Breuken
Een breuk bestaat in de basis uit twee delen: de teller en de noemer. Denk bijvoorbeeld aan de breuk


Breukbewerkingen
Een belangrijk aspect om in gedachten te houden is dat de noemer nooit 0 mag zijn. Het delen door 0 leidt tot inconsistenties en onwaarheden, dus voor praktische doeleinden wordt het als 'flauwekul' beschouwd.
Optellen en aftrekken van breuken
Bij het optellen of aftrekken van breuken moet je eerst zorgen dat de breuken gelijknamig zijn, wat betekent dat hun noemers gelijk moeten zijn. Bijvoorbeeld, bij
Bij het aftrekken geldt hetzelfde principe: bij
Gelijknamig maken
Een belangrijk proces bij het werken met breuken is het gelijknamig maken van breuken. Gelijknamig maken betekent dat je de noemers van twee breuken hetzelfde maakt, zodat je ze kunt optellen of aftrekken. Voorbeeld: bij

Vermenigvuldigen van breuken
Bij het vermenigvuldigen van breuken doe je altijd teller keer teller, en noemer keer noemer. Bijvoorbeeld, bij de vermenigvuldiging van de breuken

Delen van breuken
Wanneer je een breuk deelt door een andere breuk, vermenigvuldig je de eerste breuk met het omgekeerde van de tweede breuk. Bijvoorbeeld, bij het delen van de breuken

Vereenvoudigen
Vereenvoudigen betekent dat je de teller en noemer zodanig aanpast dat de breuk in zijn meest eenvoudige vorm staat. Voorbeeld: de breuk

Breuken met letters
Als er letters in breuken voorkomen, gelden dezelfde rekenregels als bij gewone breuken.





