




In de provincie Groningen vinden, als gevolg van gasproductie, regelmatig aardbevingen plaats. In 2013 is daar grootschalig onderzoek naar gedaan. Zo werd er gekeken naar het verband tussen de gasproductie en aardbevingen. Enkele resultaten daarvan staan in figuur 1. Deze figuur staat ook, vergroot, op de uitwerkbijlage. Hier zie je bijvoorbeeld dat er in 1993 zeven aardbevingen zijn geweest en er in datzelfde jaar 42 miljard kubieke meter gas is geproduceerd.

Het feit dat de grafieken in figuur 2 evenwijdige rechte lijnen zijn, betekent dat het aantal aardbevingen van elke klasse exponentieel toeneemt met dezelfde groeifactor. Het totaal aantal aardbevingen$Avoor magnitudes$\geq 1{,}5is te beschrijven met de volgende formule:
A=12 \cdot \mathrm{e}^{0,013 t} \text { met } t=0 \text { voor april } 1994 \text { en } t \text { in maanden. }
Bereken door middel van differentiëren de waarde van de afgeleide van$Avoor$t=117. Geef je antwoord in één decimaal en leg uit wat de betekenis van deze waarde is in deze situatie.
Op deze pagina behandelen we vraag 16 van het centraal examen wiskunde A vwo 2019 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Groningse aardbevingen, en is 4 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: