




In de provincie Groningen vinden, als gevolg van gasproductie, regelmatig aardbevingen plaats. In 2013 is daar grootschalig onderzoek naar gedaan. Zo werd er gekeken naar het verband tussen de gasproductie en aardbevingen. Enkele resultaten daarvan staan in figuur 1. Deze figuur staat ook, vergroot, op de uitwerkbijlage. Hier zie je bijvoorbeeld dat er in 1993 zeven aardbevingen zijn geweest en er in datzelfde jaar 42 miljard kubieke meter gas is geproduceerd.

De magnitude, de kracht van een aardbeving, wordt uitgedrukt in een getal op de schaal van Richter.
In figuur 2 zijn de Groningse aardbevingen vanaf 1994 verzameld en ingedeeld naar sterkte. Dat geeft bij een logaritmische schaalverdeling langs de verticale as een opvallend patroon: alle grafieken zijn bij benadering evenwijdige rechte lijnen.
Elke stip in deze figuur stelt een aardbeving van een zekere magnitude voor: zo kun je zien dat er vlak voor juli 2009 een aardbeving van magnitude$\geq 3{,}0heeft plaatsgevonden: die aardbeving zie je dus ook terug bij de aardbevingen van de klassen$\geq 2{,}5 ; \geq 2{,}0en$\geq 1{,}5.

In het onderzoek werden alleen aardbevingen bekeken die schade zouden kunnen veroorzaken. Omdat aardbevingen met een magnitude van minder dan 1,5 geen schade aanrichten, zijn deze niet in figuur 2 opgenomen.
Bereken voor augustus 2012 hoeveel procent van het aantal aardbevingen van magnitude$\geq 2{,}0een magnitude van 2,5 of hoger heeft.
Geef je antwoord in gehele procenten.
Op deze pagina behandelen we vraag 15 van het centraal examen wiskunde A vwo 2019 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Groningse aardbevingen, en is 3 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: