Vraag 15
Slaag gegarandeerd met ExamenBoost
  • Oefen examens van de afgelopen 5 jaar met extra uitleg door docenten bij examenvragen
  • Extra uitleg en oefenen voor elk onderwerp uit je examen
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
3 punten
Open vraag

De magnitude, de kracht van een aardbeving, wordt uitgedrukt in een getal op de schaal van Richter.

In figuur 2 zijn de Groningse aardbevingen vanaf 1994 verzameld en ingedeeld naar sterkte. Dat geeft bij een logaritmische schaalverdeling langs de verticale as een opvallend patroon: alle grafieken zijn bij benadering evenwijdige rechte lijnen.

Elke stip in deze figuur stelt een aardbeving van een zekere magnitude voor: zo kun je zien dat er vlak voor juli 2009 een aardbeving van magnitude$\geq 3{,}0heeft plaatsgevonden: die aardbeving zie je dus ook terug bij de aardbevingen van de klassen$\geq 2{,}5 ; \geq 2{,}0en$\geq 1{,}5.

Afbeelding

In het onderzoek werden alleen aardbevingen bekeken die schade zouden kunnen veroorzaken. Omdat aardbevingen met een magnitude van minder dan 1,5 geen schade aanrichten, zijn deze niet in figuur 2 opgenomen.

Bereken voor augustus 2012 hoeveel procent van het aantal aardbevingen van magnitude$\geq 2{,}0een magnitude van 2,5 of hoger heeft.

Geef je antwoord in gehele procenten.

Op deze pagina behandelen we vraag 15 van het centraal examen wiskunde A vwo 2019 tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Groningse aardbevingen, en is 3 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden