Bij parachutespringen spring je uit een vliegtuig. Eerst maak je enige tijd een vrije val. Tijdens die vrije val is de parachute nog niet geopend.
Daarna open je de parachute en land je met een veilige snelheid op de grond.


Bij parachutespringen spring je uit een vliegtuig. Eerst maak je enige tijd een vrije val. Tijdens die vrije val is de parachute nog niet geopend.
Daarna open je de parachute en land je met een veilige snelheid op de grond.
Figuur 1 is een schets van het globale verloop van een parachutesprong.
Nadat de parachutist uit het vliegtuig gesprongen is, maakt hij een vrije val. Zodra de parachute geopend is, neemt de snelheid in korte tijd flink af. Daarna wordt een constante valsnelheid bereikt. Dat wil zeggen: tot aan de landing heeft de parachutist dezelfde valsnelheid.

De constante valsnelheid op het laatste deel noemen we
Bij een grotere wrijvingscoëfficiënt heb je meer wrijving met de lucht, waardoor je minder snel valt.
In figuur 2 is voor een aantal waarden van de wrijvingscoëfficiënt

We kijken nu naar parachutisten met een massa van
Onderzoek met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage of de constante valsnelheid
Op deze pagina behandelen we vraag 3 van het centraal examen wiskunde A havo 2022 – tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Parachutespringen, en is 3 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
De onderwerpen bij deze vraag zijn: