Periodiek systeem

Periodiek systeem

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 14:55
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Examentraining

Test je kennis met de examenvraag die aan dit onderwerp is gekoppeld.

Open vraag

Met behulp van symbolen kunnen atomen worden weergegeven zoals: _{20}^{40}Ca waarbij linksboven het massagetal staat weergegeven en linksonder het atoomnummer

Geef het aantal protonen, elektronen en neutronen van de volgende atomen:

1. _{11}^{23}Na

2. _{7}^{14}N

3. _{13}^{27}Al^{3+}

4. _{16}^{32}S^{2-}

Samenvatting

Leerdoelen

Je kunt het atoommodel van Rutherford en het atoommodel van Bohr beschrijven

Je kunt uitleggen hoe de ordening van het periodiek systeem tot stand is gekomen

Je kunt het massagetal toelichten

Je kunt uitleggen wat isotopen zijn

Periodiek systeem

In het periodiek systeem vind je alle bekende chemische elementen. De kleuren van de elementen geven aan tot welke reeks van elementen dit element behoort. Er zijn drie verschillende reeksen: metalen (geel), metalloïden (rood) en niet-metalen (groen).

Het periodiek systeem der elementen
Het periodiek systeem der elementen

Tabel 99 in de Binas bevat het periodiek systeem van de elementen.

Elementen

Onderdelen van een element
Onderdelen van een element

Elk vakje in het periodiek systeem vertegenwoordigt een uniek element. Elk element heeft het volgende:

Naam: Dit is de naamgeving van het element, bijvoorbeeld 'waterstof', 'natrium' of 'goud'.

Symbool: Dit is een lettercode die het element vertegenwoordigt. Bijvoorbeeld: 'Na' voor natrium.

Atoomnummer: Het atoomnummer van een element komt overeen met het aantal protonen in de kern. Dit nummer bepaalt de unieke identiteit van het element en zijn positie in het periodiek systeem. Zo heeft natrium een atoomnummer van 11 omdat het elf protonen in zijn kern heeft.

Relatieve atoommassa: Dit is de gemiddelde massa van het element. Er wordt hierbij rekening gehouden met isotopen en het percentage dat het voorkomt in de natuur.

Configuratie van elektronen: Dit verwijst naar de organisatie van elektronen in verschillende schillen rond de kern van een atoom. Deze schillen kunnen een specifiek aantal elektronen bevatten en zijn genummerd vanaf de kern naar buiten en heten K, L, M, N, enzovoort. De eigenschappen van een element worden grotendeels bepaald door de elektronenconfiguratie, oftewel de verdeling van de elektronen over de schillen.

Het afleiden van de elektronenconfiguratie

In eenvoudige notatie is de elektronenconfiguratie voor natrium:

1.De eerste schil (dichtst bij de kern en dit is de K-schil) kan maximaal 2 elektronen bevatten. Voor natrium is dit 2.

2.De tweede schil (en dit is de L-schil) kan maximaal 8 elektronen bevatten. Voor natrium is dit 8.

3.De derde schil (de M-schil) die verder van de kern verwijderd is, begint zich te vullen nadat de eerste twee schillen vol zijn. Voor natrium is er slechts één elektron in deze schil.

4.Dus, in de eenvoudige notatie, is de elektronenconfiguratie voor natrium: 2,8,1.

Groepen

De 18 verticale kolommen in het periodiek systeem worden 'groepen' genoemd. Elementen in dezelfde groep hebben vergelijkbare chemische eigenschappen. Een voorbeeld hiervan is groep 18, de groep van de edelgassen. Een kenmerk van edelgassen is dat deze elementen niet of nauwelijks reageren met andere stoffen.

Naast de edelgassen zijn andere belangrijke groepen: alkalimetalen (groep 1), aardalkalimetalen (groep 2) en halogenen (groep 17).

Groep 18
Groep 18

Perioden

De 7 horizontale rijen worden 'perioden' genoemd. Naarmate je langs een periode naar rechts beweegt, neemt het atoomnummer toe. Het nummer van de periode correspondeert met de elektronenschil die gevuld wordt. Periode 1 correspondeert met de K-schil, periode 2 met de L-schil, enzovoort.

De bouw en lading van atomen

Protonen en neutronen hebben dezelfde massa, uitgedrukt in gram of atomaire massa-eenheden (u). De massa van elektronen is verwaarloosbaar klein en wordt daarom niet meegerekend in het massagetal van een atoom. Alleen protonen en elektronen hebben lading: protonen hebben een positieve lading en elektronen een negatieve lading. Neutronen hebben geen lading.

massa (in g)
massa (in u)
lading (in C)
lading (in e)
proton
1{,}67\cdot10^{-24}1{,}67\cdot10^{-2}1{,}67\cdot10^{-}1{,}67\cdot101{,}67\cdot11{,}67\cdot1{,}671{,}67*167*
1
+1{,}6\cdot10^{-19}1{,}6\cdot10^{-19}1{,}67\cdot10^{-19}1{,}67\cdot10^{-1}1{,}67\cdot10^{-}1{,}67\cdot10^{-2}1{,}67\cdot10^{-24}
+1
neutron
1{,}67\cdot10^{-24}
1
0
0
elektron
9{,}11\cdot10^{-28}9{,}11\cdot10^{-2}9{,}11\cdot10^{-}9{,}11\cdot109{,}11\cdot10-9{,}11\cdot10-9{,}11\cdot19{,}11\cdot9{,}119{,}19{,}9
0
-1{,}6\cdot10^{-19}1{,}6\cdot10^{-19}+1{,}6\cdot10^{-19}
-1

Massagetal

Het massagetal van een atoom is de som van het aantal protonen en neutronen. Het massagetal van natrium is 23 en er zitten 11 protonen in de kern (atoomnummer 11). Dit betekent dat erneutronen aanwezig zijn in de kern van natrium-23.

Isotopen

Isotopen zijn deeltjes met hetzelfde atoomnummer, maar een verschillend massagetal. Zoals bijvoorbeeld koper-63 en koper-65. In het geval van koper-63 en koper-65 is het aantal protonen gelijk, maar het aantal neutronen verschilt. Dit verschil in neutronen is wat deze isotopen onderscheidt. Isotopen hebben invloed op de molaire massa van elementen.

Koper-63
Koper-65
29 protonen
29 protonen
29 elektronen
29 elektronen
34 neutronen
36 neutronen
massagetal = 63
massagetal = 65

Geschiedenis van het periodiek systeem

In 1869 presenteerde Mendelejev voor het eerst zijn ordening van de elementen: het periodiek systeem. Dit systeem was gebaseerd op herhaalbaarheid en de elementen waren geordend op toenemende massa. Elementen met vergelijkbare eigenschappen werden onder elkaar geplaatst.

Periodiek systeem van Mendelejev
Periodiek systeem van Mendelejev

Het systeem had 8 groepen (verticale kolommen) en 12 perioden (horizontale rijen). Sommige plekken waren gemarkeerd met streepjes, wat aangaf dat deze elementen nog niet waren ontdekt. Echter, op basis van de gelijkenis met bekende elementen, voorspelde Mendelejev hun eigenschappen.

Atoommodellen van Rutherford en Bohr

Rutherford kwam tot zijn atoommodel na een experiment waarin hij heliumkernen schoot op een goudfolie. Zijn conclusie: atomen bestaan voor 99,9% uit lege ruimte. Hierdoor stelde hij dat elektronen zich in een wolk om de kern heen bewegen.

Atoommodel van Rutherford
Atoommodel van Rutherford

Niels Bohr bouwde voort op het model van Rutherford. Hij stelde dat elektronen zich in specifieke schillen rond de kern bevinden, zoals de K-schil, L-schil en M-schil. Elke schil kan een maximaal aantal elektronen bevatten.

Voorbeeld atoommodel van Bohr met Natrium 2,8,1
Voorbeeld atoommodel van Bohr met Natrium 2,8,1
Veelgestelde vragen
Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo