Papierchromatografie scheidt stoffen op basis van:
Chromatografie is een methode waarmee je verschillende componenten in een mengsel kunt scheiden. Dit proces wordt mogelijk gemaakt door het verschil in oplosbaarheid van de stoffen in een loopvloeistof en hun aanhechtingsvermogen aan een stationaire fase.
Papierchromatografie
Met papierchromatografie kun je mengsels van kleurstoffen scheiden. De stoffen in het mengsel worden gescheiden op basis van hun oplosbaarheid in de loopvloeistof en hun aanhechtingsvermogen aan het papier. Hoe beter de oplosbaarheid hoe hoger de kleurstof op het papier komt. Als het aanhechtingsvermogen hoog is dan komt de kleurstof juist lager op het papier.

Begrippen
•Mobiele fase: De loopvloeistof die beweegt.
•Stationaire fase: Het papierdeel dat stil blijft staan.
•RF-waarde: De verhouding tussen de afstand van de startlijn tot het middelpunt van een vlek en de afstand van de startlijn tot het vloeistoffront (het punt tot waar de loopvloeistof het papier heeft bevochtigd). Deze waarde is karakteristiek voor een stof.
Rf=\frac{afstand\;startlijn\;tot\;middelpunt\;vlekje}{afstand\;startlijn\;tot\;vloeistoffront}
Principe van de scheiding
In industriële laboratoria wordt vaak TLC (Thin Layer Chromatography) gebruikt. Hierbij wordt een laagje silica op plastic gebruikt in plaats van papier.
Verdelingsevenwicht
Alle vormen van chromatografie maken gebruik van het verdelingsevenwicht tussen de mobiele en stationaire fase. Het is een evenwicht waarbij er deeltjes van de mobiele fase naar de stationaire fase gaan en andersom. Vandaar de dubbele pijl in de onderstaande vergelijking.
Vergelijking: Am ⇄ As
Waarbij:
•Amobiel = concentratie van stof A in de mobiele fase.
•Astationair = concentratie van stof A in de stationaire fase.
Hier hoort ook een verdelingsconstante Kv bij. Die aangeeft hoe hoog de concentratie van A in de mobiele fase is ten opzicht van de concentratie van A in de stationaire fase.
Vergelijking: K_{v}=\frac{\left[A_{s}\right]}{\left[A_{m}\right]}














