Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat een werkwoord is.
•Je kent de verschillende categorieën werkwoorden.
•Je kunt de verschillende categorieën werkwoorden herkennen en benoemen.
Wat is een werkwoord?
Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling, toestand of proces in de zin centraal staat. Het werkwoord geeft betekenis aan een zin en geeft aan wat er gebeurt.
Categorieën werkwoorden
Er zijn drie categorieën werkwoorden: zelfstandige werkwoorden, koppelwerkwoorden en hulpwerkwoorden.
Zelfstandig werkwoord (hoofdwerkwoord)
Komt voor als er maar één werkwoord in de zin is. Het onderwerp doet iets (werkwoordelijk gezegde).
•Voorbeeld “Klaas vist in een andere vijver.”
Zelfstandig werkwoord: vist
Koppelwerkwoord Koppelt een eigenschap of toestand aan het onderwerp. Het onderwerp is iets. (naamwoordelijk gezegde).
•Voorbeeld “Klaas is blij.”
Koppelwerkwoord: is
Hulpwerkwoord (hoofdwerkwoord) Helpt het hoofdwerkwoord om de zin te vormen. Komt voor als er meerdere werkwoorden in de zin staan.
•Voorbeeld “Klaas heeft in een andere vijver gevist.”
Hulpwerkwoord: heeft
Hoofdwerkwoord: gevistHulp- en Hoofdwerkwoorden
Het hoofdwerkwoord (zelfstandig of koppelwerkwoord) staat meestal achter in de zin. De werkwoorden die hiervoor staan, zijn hulpwerkwoorden.
•Voorbeelden
Klaas heeft in een andere vijver gevist.
Hoofdwerkwoord: gevist
Hulpwerkwoord: heeft
“Klaas zou in een andere vijver willen vissen.” Hoofdwerkwoord: vissen
Hulpwerkwoorden: zou, willen
Zelfde regel geldt voor zinnen met een naamwoordelijk gezegde:
•Voorbeelden
“Klaas kan vader zijn.” Hoofdwerkwoord: zijn (koppelwerkwoord)
Hulpwerkwoord: kan
“Klaas zou vader kunnen zijn.” Hoofdwerkwoord: zijn
Hulpwerkwoorden: zou, kunnen
Veel voorkomende hulp- en koppelwerkwoorden
•Hulpwerkwoorden: hebben, zijn, worden, zullen, kunnen, mogen
•Koppelwerkwoorden: zijn, blijven, lijken, heten, voorkomen, worden, blijken, schijnen, dunken
Let op: Sommige koppelwerkwoorden kunnen ook hulpwerkwoorden zijn.
•Voorbeelden
Pien wordt later arts. Koppelwerkwoord: wordt
Pien wordt in de maling genomen. Hulpwerkwoord: wordt
Hoofdwerkwoord: genomen
Conclusie
In deze les heb je geleerd wat een werkwoord is en welke categorieën werkwoorden er zijn: hulpwerkwoorden, zelfstandige werkwoorden, en koppelwerkwoorden. Je hebt ook geleerd hoe je deze werkwoorden kunt herkennen en benoemen. Het hoofdwerkwoord staat meestal achter in de zin en de hulpwerkwoorden ervoor. Het koppelwerkwoord koppelt een eigenschap of toestand aan het onderwerp. Het werkwoord zijn kan zowel een koppel- als een hulpwerkwoord zijn, afhankelijk van het gezegde.




