Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat een verwijswoord is en wat het antecedent betekent.
•Je kunt het woordgeslacht (mannelijk, vrouwelijk of onzijdig) van woorden bepalen met behulp van woordenlijst.org of door te letten op veelvoorkomende uitgangen.
•Je kunt de juiste verwijswoorden kiezen bij mannelijke, vrouwelijke en onzijdige antecedenten in enkelvoud en meervoud.
•Je kunt uitleggen waarom de constructie hun hebben fout is en welke verwijswoorden wel correct zijn.
•Je kunt het verschil uitleggen tussen het gebruik van dat en wat als verwijswoord.
•Je kunt het verschil uitleggen tussen het gebruik van wie en waar als verwijswoord.
•Je kunt onduidelijke verwijzingen in zinnen herkennen en verbeteren.
Formuleringsfouten en verwijswoorden
Definitie en belang van verwijswoorden
In geschreven teksten komen regelmatig formuleringsfouten voor. Een veelvoorkomende oorzaak hiervan is verkeerd gebruik van verwijswoorden. Een verwijswoord is een woord dat verwijst naar een woord dat eerder genoemd is of later in de zin nog genoemd wordt. Het woord waarnaar verwezen wordt, heet het antecedent. Het is belangrijk dat het verwijswoord goed past bij het antecedent. Als dat niet zo is, kan een zin onduidelijk of grammaticaal fout worden.
Het belang van woordgeslacht
Om het juiste verwijswoord te kiezen, moet je vaak weten wat het woordgeslacht van het antecedent is. In het Nederlands zijn er drie woordgeslachten:
•mannelijk
•vrouwelijk
•onzijdig
Bij woorden zoals de man of de vrouw is dit eenvoudig te herkennen. Bij veel andere woorden is het minder duidelijk.
Hoe bepaal je het woordgeslacht?
Er zijn verschillende manieren om het woordgeslacht te bepalen.
Woordenlijst.org gebruiken
De eenvoudigste manier is het woord opzoeken op woordenlijst.org, de officiële woordenlijst van de Nederlandse taal.
Naast het lemma (het zoekwoord) staat tussen haakjes het geslacht:
•M: mannelijk
•V: vrouwelijk
•O: onzijdig
Soms staat er M/V. Dat betekent dat een woord zowel mannelijk als vrouwelijk kan zijn.
Letten op vrouwelijke uitgangen
Veel woorden met bepaalde uitgangen zijn bijna altijd vrouwelijk. Als je deze uitgangen kent, hoef je het woord vaak niet meer op te zoeken.
Vrouwelijke uitgang | Voorbeeld(en) |
|---|---|
-heid | verlegenheid, overheid |
-ing | verpleging, regering |
-schap | rekenschap |
-nis | belevenis |
-ie | delegatie, politie |
-ij | burgerij |
-theek | discotheek, bibliotheek |
-is | crisis |
-tijd | universiteit, sociëteit |
-uur | dictatuur |
het-woorden
Sommige woorden zijn altijd onzijdig en hebben het lidwoord het. Voorbeelden zijn:
•Verkleinwoorden: het meisje, het jongetje, het parapluutje
•Namen van landen, provincies, steden en clubs
Hoewel woorden zoals meisje of jongetje naar personen verwijzen, zijn ze grammaticaal onzijdig omdat het verkleinwoorden zijn.
Overzicht van verwijswoorden per geslacht en getal
Een verwijswoord moet altijd overeenkomen met het geslacht en het getal van het antecedent.
Geslacht/getal | Persoonlijk voornaamwoord | Bezittelijk voornaamwoord | Aanwijzend voornaamwoord | Betrekkelijk voornaamwoord |
|---|---|---|---|---|
mannelijk | hij, hem | zijn | deze, die | die |
vrouwelijk | zij, ze | haar | deze, die | die |
onzijdig | het | zijn | dit, dat | dat |
meervoud (onderwerp) | zij, ze | hun | deze, die | die |
meervoud (lijdend voorwerp) | hen | hun | - | - |
meervoud (meewerkend voorwerp) | hun | hun | - | - |
Let op een veelgemaakte fout hun kan nooit het onderwerp van een zin zijn. De zin hun hebben dat gedaan is dus fout. Correct is: zij hebben dat gedaan of ze hebben dat gedaan.
Een belangrijk detail is dat onzijdige woorden op dezelfde manier worden vervoegd als mannelijke woorden. Daarom gebruik je bij een onzijdig woord het bezittelijk voornaamwoord zijn (bijvoorbeeld: het kind en zijn fiets).
Ezelsbruggetje voor deze/die en dit/dat
Bij aanwijzende voornaamwoorden kun je een handig ezelsbruggetje gebruiken:
•de-woorden gebruik je met deze en die
•het-woorden gebruik je met dit en dat
Zo weet je bijvoorbeeld: de tafel → deze tafel en het boek → dit boek.
Dat of wat?
De verwijswoorden dat en wat worden vaak door elkaar gehaald.
•Dat verwijst naar één specifiek woord.
Voorbeeld: Het kind dat zo hard huilde, kreeg een knuffel.
•Wat verwijst meestal naar een grotere eenheid dan één woord.
Situaties waarin je wat gebruikt:
•Wanneer het verwijst naar een hele zin: Ik heb de hele nacht niet geslapen, wat heel vervelend is.
•Bij een overtreffende trap: Je bent het beste wat me ooit overkomen is.
•Bij onbepaalde voornaamwoorden: Alles wat jij zegt klopt.
Wie of waar?
Ook wie en waar worden in spreektaal vaak verkeerd gebruikt.
•Gebruik wie wanneer je verwijst naar personen.
Voorbeeld: Het meisje van wie ik het boek geleend heb, heeft het teruggevraagd.
•Gebruik waar wanneer je verwijst naar zaken of dingen.
Voorbeeld: Het ijs waar ik zo van houd, is uit het assortiment gehaald.
De vorm waarvan wordt in spreektaal vaak gebruikt voor personen, maar dat is grammaticaal onjuist.
Onduidelijke verwijzingen voorkomen
Een tekst kan onduidelijk worden wanneer een verwijswoord niet duidelijk naar één antecedent verwijst.
Voorbeeld 1: ambigue verwijzing naar personen
Bekijk de volgende zin:
•Jop vertelde aan Joost dat hij de volgende vakantie met opa en oma mee mag.
Het is niet duidelijk of hij verwijst naar Jop of naar Joost.
De oplossing is om de naam te herhalen:
•Jop vertelde aan Joost dat Joost de volgende vakantie met opa en oma mee mag.
•of: Jop vertelde aan Joost dat Jop de volgende vakantie met opa en oma mee mag.
Voorbeeld 2: verwijzen naar iets wat niet (duidelijk) genoemd is
Een andere fout is verwijzen naar iets dat niet expliciet in de tekst staat.
Fout voorbeeld:
•De rechtbank veroordeelde twee verdachten tot levenslang. Ze vonden dat alle feiten overtuigend waren bewezen.
Hier is het onduidelijk wie ze zijn.
Betere formuleringen zijn:
•De rechtbank veroordeelde twee verdachten tot levenslang. Zij vond dat alle feiten overtuigend waren bewezen.
•of: De rechtbank veroordeelde twee verdachten tot levenslang. De rechters vonden dat alle feiten overtuigend waren bewezen.
Het is vaak duidelijker om het oorspronkelijke woord opnieuw te gebruiken in plaats van een verwijswoord.
Algemeen advies: controleer altijd of een verwijswoord duidelijk verwijst naar één antecedent en of het grammaticaal klopt.














