Les over Taalverzorging - Bijvoeglijk naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord

Wat is een bijvoeglijk naamwoord en hoe spel je het?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat een bijvoeglijk naamwoord is en wat de functie ervan is.
•Je kunt bepalen wanneer je de korte of de lange vorm van een bijvoeglijk naamwoord gebruikt.
•Je kunt de spellingregels toepassen om de lange vorm van een bijvoeglijk naamwoord correct te schrijven.
•Je kunt het verschil in spelling uitleggen en toepassen tussen stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden van natuurlijke en door mensen gemaakte stoffen.
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
Een bijvoeglijk naamwoord vertelt iets over een zelfstandig naamwoord (een mens, dier, ding of plant). Het geeft een eigenschap of kenmerk aan van dat woord. Een bijvoeglijk naamwoord kan op twee verschillende plekken in de zin staan:
•Direct voor het zelfstandig naamwoord: de mooie scooter of een dik konijn.
•Achter het zelfstandig naamwoord (vaak na een koppelwerkwoord): De scooter is mooi of De olifant is dik.
De korte en de lange vorm
De meeste bijvoeglijke naamwoorden hebben een korte vorm en een lange vorm.
•De korte vorm is de basisvorm van het woord (bijvoorbeeld: mooi, zwart, lekker).
•De lange vorm eindigt op een -e (bijvoorbeeld: mooie, zwarte, lekkere).
Je gebruikt bijna altijd de lange vorm als het bijvoeglijk naamwoord voor een zelfstandig naamwoord staat. Er is echter één belangrijke uitzondering: Je gebruikt de korte vorm als het bijvoeglijk naamwoord voor een het-woord staat én er een (of geen lidwoord) voor staat.
Voorbeelden:
•Met de lange vorm: de lange broek, de zwarte auto, het mooie schilderij.
•Met de korte vorm (het-woord met 'een'): een mooi schilderij, een lekker gebakje, een oud shirt.
Spellingregels voor de lange vorm
Als je van de korte vorm een lange vorm maakt, verandert er soms iets aan de spelling van het woord. Let hierbij op de volgende regels:
•Woorden die eindigen op een -f veranderen in een -v (bijvoorbeeld: tof wordt toffe, doof wordt dove, lief wordt lieve).
•Woorden die eindigen op een -s veranderen in een -z (bijvoorbeeld: vies wordt vieze, boos wordt boze, wijs wordt wijze).
•Klinkers worden enkel geschreven bij een lange klank om de klank lang te houden (bijvoorbeeld: rood wordt rode, hoog wordt hoge).
•Medeklinkers worden verdubbeld na een korte klank om de klank kort te houden (bijvoorbeeld: net wordt nette, lek wordt lekke).
Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord zegt waarvan iets gemaakt is. De spelling hangt af van de oorsprong van het materiaal:
•Natuurlijke stoffen: Bijvoeglijke naamwoorden van natuurlijke stoffen eindigen altijd op -en (bijvoorbeeld: de houten bank, een wollen trui, het stenen beeld, de zilveren armband).
•Door mensen gemaakte stoffen: Bijvoeglijke naamwoorden van kunstmatige of door mensen gemaakte stoffen krijgen geen extra letters en behouden hun basisvorm (bijvoorbeeld: een plastic emmer, de aluminium ladder, de polyester boot, het nylon tentje).