Les over Lezen - Mening, argument en conclusie

Les over Lezen - Mening, argument en conclusie

Gemaakt door Ainstein
Lezen - Mening, argument en conclusie
Deze video bestaat uit
  • Argumenteren Argumenteren
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 01:14
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Mening, argument en conclusie herkennen in een tekst

Leerdoelen

Je kunt het verschil tussen een mening, een argument en een conclusie uitleggen.

Je kunt een mening, argument en conclusie in een tekst herkennen aan de hand van signaalwoorden.

Je kunt verschillende structuren van argumentatie onderscheiden en beschrijven met behulp van schema's.

Mening, argument en conclusie

Een schrijver kan in een tekst opschrijven wat hij van iets vindt of hoe hij ergens over denkt. Dit noemen we een mening (of een standpunt). Met een mening kun je het eens of oneens zijn. Je herkent een mening vaak aan signaalwoorden zoals: ik vind, volgens mij, naar mijn mening of ik denk. Een voorbeeld hiervan is: Ik vind afval scheiden belangrijk. Als een schrijver uitlegt waarom hij een bepaalde mening heeft, geeft hij een argument. Hiermee onderbouwt de schrijver zijn standpunt. Je herkent een argument aan signaalwoorden zoals: want, omdat, namelijk of immers. Een voorbeeld hiervan is: Ik vind afval scheiden belangrijk, want dan kunnen de grondstoffen hergebruikt worden. Als een schrijver alle argumenten heeft gegeven, trekt hij aan het eind van een tekst vaak een conclusie. In de conclusie herhaalt de schrijver kort zijn mening en de belangrijkste argumenten. Je herkent een conclusie aan signaalwoorden zoals: dus, concluderend of dat betekent. Een voorbeeld hiervan is: Als je je afval scheidt, is dat dus goed voor het milieu, omdat je dan zuinig bent met grondstoffen en energie. Daarom vind ik dat iedereen zijn afval zou moeten scheiden.

Structuren van argumentatie

Om de opbouw van een tekst goed te begrijpen, kun je kijken naar de manier waarop argumenten met het standpunt zijn verbonden. We onderscheiden drie belangrijke structuren:

Enkelvoudige argumentatie

Bij enkelvoudige argumentatie wordt een standpunt of mening ondersteund door precies één argument.

Schema van enkelvoudige argumentatie waarbij één argument direct naar het standpunt wijst
Schema van enkelvoudige argumentatie waarbij één argument direct naar het standpunt wijst

Onderschikkende argumentatie

Bij onderschikkende argumentatie wordt een argument zelf weer ondersteund door een ander argument. Dit ondersteunende argument noemen we een subargument.

Schema van onderschikkende argumentatie waarbij een subargument het argument ondersteunt, dat op zijn beurt naar het standpunt wijst
Schema van onderschikkende argumentatie waarbij een subargument het argument ondersteunt, dat op zijn beurt naar het standpunt wijst

Nevenschikkende argumentatie

Bij nevenschikkende argumentatie worden er meerdere argumenten gebruikt die samen het standpunt of de mening direct ondersteunen.

Schema van nevenschikkende argumentatie waarbij drie verschillende argumenten gezamenlijk naar het standpunt wijzen
Schema van nevenschikkende argumentatie waarbij drie verschillende argumenten gezamenlijk naar het standpunt wijzen