Les over Taalverzorging - Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord

Les over Taalverzorging - Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord

Gemaakt door Ainstein
Taalverzorging - Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord
Deze video bestaat uit
  • Bijvoeglijk naamwoordBijvoeglijk naamwoord
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 01:15
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord spellen?

Leerdoelen

Je kunt uitleggen hoe je een voltooid deelwoord gebruikt als bijvoeglijk naamwoord.

Je kunt de spellingregels voor het zo kort mogelijk schrijven van een bijvoeglijk naamwoord toepassen.

Je kunt het verschil in betekenis en spelling tussen een voltooid en onvoltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord uitleggen.

Wat is een voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord?

Een bijvoeglijk naamwoord beschrijft een eigenschap of toestand van een zelfstandig naamwoord. Je kunt ook een werkwoord gebruiken als bijvoeglijk naamwoord. Meestal maak je het bijvoeglijk naamwoord van het voltooid deelwoord van een werkwoord.

Voorbeelden uit de praktijk

Kijk naar de volgende zinnen om te zien hoe een voltooid deelwoord verandert in een bijvoeglijk naamwoord:

De auto is gewassen. (voltooid deelwoord) → De gewassen auto. (bijvoeglijk naamwoord)

De aardappels zijn aangebrand. (voltooid deelwoord) → De aangebrande aardappels. (bijvoeglijk naamwoord)

De toneelspeler is verkleed. (voltooid deelwoord) → De verklede toneelspeler. (bijvoeglijk naamwoord)

De spellingregels

Bij het spellen van een voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord geldt één hoofdregel: je schrijft het woord zo kort mogelijk. Dit betekent dat je alleen letters toevoegt of weghaalt als dat nodig is voor de juiste uitspraak.

Wanneer voeg je een extra letter toe?

Je voegt alleen een extra -d- of -t- toe als dit nodig is om de klinker kort te houden:

De tomaten zijn verrot. → De verrotte tomaten. (Er is een extra -t- nodig, omdat de 'o' anders lang zou klinken).

Het hert is gered. → Het geredde hert. (Er is een extra -d- nodig, omdat de 'e' anders lang zou klinken).

Wanneer haal je een letter weg?

Als een voltooid deelwoord eindigt op een lange klinker met een -d of -t (zoals verkleed of vergroot), dan haal je een klinker weg zodra er een -e achter komt. De lettergreep wordt namelijk open, waardoor de klinker vanzelf lang blijft klinken:

De toneelspeler is verkleed. → De verklede toneelspeler. (Eén -e- vervalt).

De sporthal is vergroot. → De vergrote sporthal. (Eén -o- vervalt).

Verschil met het onvoltooid deelwoord

Soms kun je ook een onvoltooid deelwoord gebruiken als bijvoeglijk naamwoord. Het verschil tussen deze twee vormen zit in de betekenis en de spelling:

Een voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord geeft aan dat de handeling al is afgelopen (voltooid). Voorbeeld: het gestolen geld (het geld is al gestolen) of de gevallen stoelen (de stoelen liggen al op de grond).

Een onvoltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord geeft aan dat de handeling nu nog bezig is (onvoltooid). Je maakt deze vorm door -d of -de achter het hele werkwoord te zetten. Voorbeeld: de stelende kinderen (de kinderen zijn nu aan het stelen) of de vallende stoelen (de stoelen vallen op dit moment).