Staande golven

Staande golven

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 13:56
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Examentraining

Test je kennis met de 8 examenvragen die aan dit onderwerp zijn gekoppeld.

Open vraag

Wat is een staande golf?

Samenvatting

Leerdoelen

Je kunt uitleggen wat superpositie en interferentie is.

Je kunt uitleggen wat staande golven bij snaarinstrumenten zijn.

Je kunt uitleggen wat staande golven bij blaasinstrumenten zijn.

Superpositie

Superpositie is het optellen van twee of meer tonen. Stel dat je twee verschillende geluidsgolven hebt met elk een andere amplitude (hoogte) en trillingstijd (tijd voor één volledige trilling). Door deze geluidsgolven op te tellen, krijg je een nieuwe geluidsgolf. Dit is wat er in je oren gebeurt wanneer je meerdere geluiden tegelijk hoort: je hersenen ontrafelen de gecombineerde geluidsgolven en herkennen de verschillende tonen. Hieronder zie je een afbeelding van hoe verschillende geluidsgolven samen een nieuwe golf vormen.

Superpositie van geluidsgolven.
Superpositie van geluidsgolven.

Interferentie en staande golven

Als we het hebben over de optelsom van golven, komen we bij interferentie. Stel je een golf voor die vanuit de linkerzijde van een ruimte een muur raakt en weer terugkaatst. Als je nu twee golven hebt, één die van links naar rechts beweegt en de andere terugkaatst van rechts naar links, krijg je een speciaal patroon. Dit patroon noem je een staande golf. Bij staande golven heb je constructieve en destructieve interferentie:

Constructieve interferentie: twee golven versterken elkaar en vormen een buik, een plek waar de amplitude groot is.

Constructieve interferentie, de golven versterken elkaar.
Constructieve interferentie, de golven versterken elkaar.

Destructieve interferentie: twee golven doven elkaar uit en vormen een knoop, een plek waar de amplitude nul is.

Destructieve interferentie, de golven doven elkaar uit.
Destructieve interferentie, de golven doven elkaar uit.

Fase en faseverschil

De fase geeft aan hoeveel trillingen er zijn uitgevoerd vanaf een starttijdstip (). Het faseverschil beschrijft het verschil tussen de fases van twee momenten van een trillend voorwerp. Het is belangrijk bij het verklaren waarom sommige golven elkaar versterken of uitdoven. Bij constructieve interferentie is het faseverschil\Delta\varphi=n\Delta\varphi=\Delta\varphi\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Deltaen bij destructieve interferentie geldt\Delta\varphi=n+\frac12\Delta\varphi=n+\frac{1}{\placeholder{}}\Delta\varphi=n+1\Delta\varphi=n+\Delta\varphi=n\Delta\varphi=\Delta\varphi\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta\Delta]\Delta.

Staande golven bij snaarinstrumenten

De lengte van de snaar is gekoppeld aan de golflengte. Deze afhankelijkheid kun je berekenen met de formuleL=n\cdot\frac12\lambdaL=n\cdot\frac12L=n\cdot\frac12L=n\cdot\frac12L=n\cdot\frac12L=n\cdot\frac12L=n\cdot\frac12L=n\cdot\frac12L=n\cdot\frac12L=n\cdot\frac{1}{\placeholder{}}L=n\cdot1L=n\cdotL=nL=nL=nL=nL=nL=nL=L:. WaarinLde lengte van de snaar is en\lambdade golflengte.

Buiklijnen en knooplijnen

Bij snaarinstrumenten, zoals een gitaar, zie je staande golven op de snaar. De snaar, vast aan beide uiteinden, trilt en creëert golven met specifieke patronen. De meest voorkomende is een golf met twee knopen aan de uiteinden en een buik in het midden. Dit patroon kan variëren door snaren op verschillende manieren te laten trillen. Hieronder is een afbeelding te zien van een golf met vier knopen en drie buiken.

Knopen en buiken bij een snaarinstrument
Knopen en buiken bij een snaarinstrument

Grondtoon en boventonen

Bij een gitaar kan elke snaar verschillende patronen van staande golven creëren, die bekend staan als de grondtoon () en boventonen (n=2,\,n=3,n=2,n=3,n=2,n=3,etc.). De grondtoon heeft één buik, terwijl boventonen meer buiken en knopen hebben. Hierdoor ontstaan verschillende frequenties en klanken.

Knopen en buiken bij de grondtoon, eerste en tweede boventoon
Knopen en buiken bij de grondtoon, eerste en tweede boventoon

Spanning en klankkast

Het stemmen van een snaarinstrument gebeurt door de spanning van de snaar aan te passen. Hierdoor veranderen de golfeigenschappen en de frequentie van de geproduceerde toon. De klankkast van de gitaar versterkt de trillingen en creëert de klank die je hoort. De formule voor de golfsnelheid in een snaar isv=\sqrt{\frac{F_{s}\cdot l}{m}}v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v=v. Deze formule is ook te vinden in Binas.

Staande golven bij blaasinstrumenten

Bij blaasinstrumenten trilt een kolom van lucht om geluid te produceren. De temperatuur van de lucht beïnvloedt de geluidssnelheid en daardoor ook de toon. In tegenstelling tot snaarinstrumenten, ontstaan hier buiken bij de mondstukken en open uiteinden.

Verschillende patronen

Bij blaasinstrumenten zijn er verschillende toonpatronen afhankelijk van de uiteinden van de buis:

Twee open uiteinden: hier ontstaan buiken aan beide uiteinden.

Één open en één gesloten uiteinde: hier ontstaat een buik bij het open uiteinde en een knoop bij het gesloten uiteinde.

Open-open en open-gesloten uiteinden van blaasinstrumenten met buiken en knopen aangegeven.
Open-open en open-gesloten uiteinden van blaasinstrumenten met buiken en knopen aangegeven.

Bij blaasinstrumenten met een open-gesloten patroon is de lengte van de luchtkolom gekoppeld aan de golflengte volgens de formuleL=\left(2n-1\right)\cdot\frac14\lambdaL=\left(2n-1\right)\cdot\frac{1}{}\lambdaL=\left(2n-1\right)\cdot\frac12\lambdaL=\left(2n-1\cdot\frac12\lambda\right)L=\left(2n-\cdot\frac12\lambda\right)L=\left(2n\cdot\frac12\lambda\right)L=\left(n\cdot\frac12\lambda\right)L=n\cdot\frac12\lambdaL=n\cdot\frac12L=n\cdot\frac12L=n\cdot\frac12L=n\cdot\frac12L=n\cdot\frac12L=n\cdot\frac12L=n\cdot\frac12L=n\cdot\frac12L=n\cdot\frac{1}{\placeholder{}}L=n\cdot1L=n\cdotL=nL=nL=nL=nL=nL=nL=L:. WaarinLde lengte van de luchtkolom is en\lambdade golflengte.

Toonvorming in blaasinstrumenten

Het patroon waarin golven trillen in een blaasinstrument bepaalt de toonhoogte. Voor een buis met twee open uiteinden past er precies een geheel aantal halve golflengtes in. Voor een buis met één open en één gesloten uiteinde past er precies een kwart golf plus een geheel aantal halve golflengtes in.

Veelgestelde vragen
Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo