- Aangrijpingspunt
- Het punt waar een kracht begint of op een voorwerp werkt.
- Bepalen (van een resulterende kracht)
- Het vinden van de resulterende kracht met behulp van een vectortekening, constructie en schaalfactor.
- Berekenen (van een resulterende kracht)
- Het vinden van de resulterende kracht met behulp van formules, zoals Pythagoras of goniometrie.
- Goniometrie
- Het gebruik van sinus, cosinus en tangens om de relatie tussen een hoek en twee zijden in een rechthoekige driehoek te bepalen.
- Krachten samenstellen
- Het optellen van meerdere krachten die op een voorwerp werken.
- Krachtenschaal
- Een verhouding die aangeeft hoeveel Newton overeenkomt met een bepaalde lengte in een tekening (bijv. 1 cm = 1 N).
- Nettokracht
- De kracht die ontstaat als je alle krachten die op een voorwerp werken bij elkaar optelt.
- Parallellogrammethode
- Een methode om de resulterende kracht van twee krachten die een hoek maken te bepalen door hulplijnen evenwijdig aan de krachten te tekenen en de diagonaal te meten.
- Resulterende kracht
- De nettokracht die ontstaat als je alle krachten die op een voorwerp werken bij elkaar optelt.
- SOS Castor
- Een ezelsbruggetje voor goniometrische verhoudingen: Sinus = Overstaande/Schuine, Cosinus = Aanliggende/Schuine, Tangens = Overstaande/Aanliggende.
- Stelling van Pythagoras
- Een formule (F_res^2 = F1^2 + F2^2) die gebruikt wordt om de resulterende kracht te berekenen wanneer de werklijnen een rechte hoek maken.
- Vector
- Een weergave van een kracht met een aangrijpingspunt, richting en grootte.
- Werklijn van de kracht
- De lijn die de richting van een kracht aangeeft als je deze verlengt.