Een zeilboot kan schuin tegen de wind invaren. In de figuur hieronder zie je een schematische tekening van een zeilboot, de wind komt van boven en dus vaart de zeilboot onder een hoek van 45 graden tegen de wind in. Het zwaard zorgt ervoor dat de boot niet in zijwaartse richting afdrijft. De wind zorgt voor een kracht op het zeil, zoals getekend in de figuur. Neem deze zo goed mogelijk over in je schrift, de hoek die de kracht van de wind met de vaarrichting maakt is 68°. De grootte van Fwind is 450 N. Deze kracht kun je ontbinden in twee componenten: één in de vaarrichting en één loodrecht daarop.
Construeer deze beide krachten en bepaal de grootte van de component van Fwind in de vaarrichting. (Gebaseerd op eindexamenopgave ‘Zeilen’, VWO 2013-1, opgave 5)














