Roland en Arno bouwen de opstelling zoals figuur 1 schematisch weergegeven in figuur 1. In deze opstelling is een toongenerator verbonden met een trillingsapparaat. Aan het trillingsapparaat is een cirkelvormige metalen lus gekoppeld. Deze lus heeft een diameter van 24,5 cm. Bij bepaalde ingestelde frequenties op de toongenerator ontstaat er een staande golf in de cirkelvormige lus.
Figuur 1
De plek waar de lus aan het trillingsapparaat bevestigd is, mag beschouwd worden als een knoop.
Roland en Arno variëren de frequentie van de toongenerator en kijken wanneer er een staande golf in de lus ontstaat. Hun waarnemingen staan in tabel 1.
Tabel 1
Het valt Roland en Arno op dat er alleen staande golven met een oneven aantal buiken in de lus ontstaan. In het bovenste punt van de lus ontstaat dus altijd een buik. In de lus beweegt een golf in de richting van de wijzers van de klok en een golf in de tegengestelde richting. Dit is schematisch weergegeven in figuur 2. Deze twee lopende golven interfereren met elkaar. Op plaatsen met constructieve interferentie ontstaan buiken en op plaatsen met destructieve interferentie ontstaan knopen.
Figuur 2
Roland en Arno gaan op zoek naar het verband tussen de frequentie van het trillingsapparaat en het aantal buiken dat in de lus ontstaat. Uit de meetresultaten in tabel 2 trekken ze de conclusie dat er onmogelijk sprake kan zijn van een recht evenredig verband.
Via een trial-and-errormethode komen Roland en Arno tot het volgende verband tussen de frequentie en het aantal buiken in de lus: f=cn^2\text{ }\left(1_{}\right)f=cn^2\text{ }\left(1_{}\right)f=cn^2\text{ }\left(1_{}\right)f=cn^2\text{ }\left(1_{}\right)f=cn^2\text{ }\left(1_{}\right)f=cn^2\text{ }\left(1_{}\right)f=cn^2\text{ }\left(1_{}\right)f=cn^2\text{ }\left(1_{}\right)f=cn^2\text{ }\left(1_{}\right)f=cn^2\text{ }\left(1_{}\right)f=cn^2\text{ }\left(1_{}\right)f=cn^2\text{ }\left(1_{}\right)f=cn^2\left(1_{}\right)f=cn^2\left(1_{}\right)f=cn^2\left(1_{}\right)f=cn^2\left(1_{}\right)f=cn^2\left(1_{}\right)f=cn^2\left(1_{}\right)f=cn^2\left(1_{}\right)f=cn^2\left(1_{}\right)f=cn^2\left(1_{}\right)f=cn^2\left(1_{}\right)f=cn^2\left(1_{}\right)f=cn^2\left(1_{}\right)f=cn^2\left(1\right)f=cn^2\left(\right)f=cn^2f=cn^2f=cnf=cf=f
Hierin is:
•de frequentie in Hz
•een constante
•het aantal buiken in de lus
In de grafiek van figuur 3 staan de meetresultaten uit tabel 2 grafisch weergegeven na een coördinatentransformatie. Het bijschrift bij beide assen is nog niet gegeven.
Figuur 3
Voer de volgende opdrachten uit:
•Geef het bijschrift dat vermeld moet worden bij de horizontale as.
•Geef het bijschrift dat vermeld moet worden bij de verticale as.
•Bepaal met behulp van figuur 3 de constante c in formule (1). Geef je antwoord in drie significante cijfers en met de juiste eenheid.
Coördinatentransformatie
Het aanpassen van de grootheid langs de horizontale as om een kromme grafieklijn in een rechte grafieklijn te veranderen.
Richtingscoëfficiënt
De stelheid van een rechte lijn in een grafiek, die iets zegt over de dichtheid.
Dichtheid
De massa gedeeld door het volume.
Kwadratisch verband
Een verband waarbij I evenredig is met x-kwadraat.
Omgekeerd evenredig verband
Een verband waarbij I evenredig is met 1 gedeeld door x.
Omgekeerd kwadratisch evenredig verband
Een verband waarbij I evenredig is met 1 gedeeld door x-kwadraat.
Wortelverband
Een verband waarbij op de x-as de wortel van x wordt uitgezet.
Intensiteit
De hoeveelheid lichtenergie per oppervlakte-eenheid.
P-bron
Het vermogen van een constante lichtbron.
Evenredigheidsconstante
Een constante die de verhouding tussen twee evenredige grootheden aangeeft.
Een coördinatentransformatie is een wiskundig hulpmiddel dat je helpt om een kromme grafiek om te zetten in een rechte grafiek. Dit maakt het makkelijker om relaties tussen grootheden te analyseren en om bepaalde aantallen zoals de richtingscoëfficiënt te bepalen. Bij een coördinatentransformatie pas je de x-coördinaat (de horizontale as) aan, terwijl de y-coördinaat doorgaans gelijk blijft.
Richtingscoëfficiënt en dichtheid
Massavolume grafiek
Bij een rechte lijn kun je de richtingscoëfficiënt bepalen. Stel je een grafiek voor waarop je massa tegen volume uitzet. Meten jullie de massa van verschillende materialen en zetten die uit tegenover hun bijbehorende volumes. De richtingscoëfficiënt van deze lijn staat gelijk aan de dichtheid, omdat dichtheid gedefinieerd wordt als massa gedeeld door volume.
Kromme lijnen
Bij kromme grafieken, zoals een parabolische of exponentiële functie, is het bepalen van de richtingscoëfficiënt niet direct mogelijk. Je kunt wel van een kromme grafieklijn een rechte maken: de grootheid langs de horizontale as pas je daarvoor aan.
Voorbeelden van coördinatentransformaties
Kwadratisch verband
Stel dat je een kwadratisch verband hebt weergegeven als. Hier isevenredig met. Door op de x-as x² in te voeren, krijgen we een rechte lijn.
Omgekeerd evenredig verband
Als we een omgekeerd evenredig verband beschouwen, bijvoorbeeld y=\frac{a}{x}y\frac{a}{x}\frac{a}{x}, dan kun je x omzetten naar\frac{1}{x}op de x-as.
Omgekeerd kwadratisch evenredig verband
Vergelijkbaar met het omgekeerd evenredig verband is er het omgekeerd kwadratisch verband:y=\frac{a}{x^2}y\frac{a}{x^2}\frac{a}{x^2}, waarbij je\frac{1}{x^2}op de x-as zet.
Wortelverband
Bij een wortelverband schrijf jey=a\sqrt{x}ya\sqrt{x}a\sqrt{x}aaaaaaaaa. Hier moet jeop de x-as zetten om een rechte lijn te krijgen.
Voorbeeld: Lichtintensiteit en afstand
Bij een constante lichtbron met een vermogenP_{bron}P_{bro}P_{br}P_{b}PPbPbrPbrois op verschillende afstanden de intensiteit van het licht gemeten. Toon aan dat dit een omgekeerd kwadratisch verband is.
Om aan te tonen dat het verband omgekeerd kwadratisch is, neem je als voorbeeld dat als je de afstand drie keer zo groot maakt, de intensiteit één gedeeld door drie in het kwadraat wordt, oftewel\frac{1}{9}van de originele waarde.
Toepassen van coördinatentransformatie
Bij het toepassen van een coördinatentransformatie van omgekeerd kwadratisch naar een rechte lijn, volg je deze stappen:
•Neem een kolom voor de afstand en reken\frac{1}{x^2}uit voor elk meetpunt op de x-as.
•Houd de intensiteit op de y-as behouden.
•Zet de waarden in een nieuw diagram.
•Als je een rechte lijn krijgt uit de nieuwe gegevens, bewijst dit dat het verband omgekeerd kwadratisch is.
Richtingscoëfficiënt
Deze richtingscoëfficiënt kan gebruikt worden om het vermogen van de lichtbron te bepalen, omdat het vermogen kan worden uitgedrukt als P_{bron}=I\cdot4\pi r^2P_{\left(bron\right.}=I\cdot4\pi r^2P_{\left(bron\right)}=I\cdot4\pi r^2P_{\left(bro\right)}=I\cdot4\pi r^2P_{\left(br\right)}=I\cdot4\pi r^2P_{\left(b\right)}=I\cdot4\pi r^2P_{\left(\right)}=I\cdot4\pi r^2P_{\left(=\right)}=I\cdot4\pi r^2P_{\left(\right)}=I\cdot4\pi r^2, dus I=\frac{P_{bron}}{4\pi r^2}I=\frac{P_{bro}}{4\pi r^2}I=\frac{P_{br}}{4\pi r^2}I=\frac{P_{b}}{4\pi r^2}.
OmP_{bron}P_{bro}P_{br}P_{b}PPbPbrPbrote bepalen, moeten we de richtingscoëfficiënt bepalen:
We lezen het punt af op 0,3 W/m2. Dus, \frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}^{-2}\textrm{m}^2\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}^{-2}\textrm{m}\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}^{-2}\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}^{-2}\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}^{-2}\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}^{-2}\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}^{-2}\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}^{-2}\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}^{-2}\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}^{-2}\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}^{-2}\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}^{-2}\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}^{-2}\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}^{-2}\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}^{-2}\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}^{-}\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\textrm{Wm}\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\,\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017\frac{P_{bron}}{4\pi}=\frac{0,3}{18}=0,017.
Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool
Helemaal compleet!
Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!
Heel overzichtelijk
Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.
Beter dan YouTube
Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.
Waarom kies je voor JoJoschool?
Hoger scoren
86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.
Betaalbaar en beter
Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.
Sneller begrijpen
83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.