Hoe heet de tabel waarin alle atomen zijn gerangschikt op basis van het aantal protonen van dat atoom?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat een atoom is
•Je kunt de onderdelen van een atoom benoemen: protonen, neutronen en elektronen
•Je kunt verschillende soorten atomen herkennen en onderscheiden
•Je kunt het massagetal van een atoom berekenen
Wat is een atoom?
De oorsprong van het begrip atoom
Het woord atoom komt van het Griekse woord 'a-tomos', wat 'ondeelbaar' betekent. In de oudheid dachten mensen dat atomen de kleinste deeltjes waren die niet verder konden worden opgesplitst. Tegenwoordig weten we dat atomen uit nog kleinere deeltjes bestaan.
De structuur van een atoom
Een atoom bestaat uit een kern en een wolk van elektronen die daaromheen zweven. In de kern bevinden zich protonen (rode bolletjes) en neutronen (groene bolletjes). De elektronen bewegen rond de kern en zijn veel kleiner dan protonen en neutronen.

Het atoomnummer en het periodiek systeem
Het atoomnummer van een element geeft het aantal protonen in de kern van een atoom aan. Dit nummer bepaalt welk element het is en is uniek voor elk element in het periodiek systeem. Bijvoorbeeld: een atoom met zes protonen is altijd koolstof (C).

Het periodiek systeem gebruiken
Het periodiek systeem is een tabel waarin alle bekende elementen zijn gerangschikt op basis van hun atoomnummer. Je kunt het periodiek systeem vinden in de Binas of in je natuurkundeboek. Door het atoomnummer te gebruiken, kun je snel bepalen welk element je voor je hebt.
Het massagetal berekenen
Het massagetal van een atoom is de som van het aantal protonen en neutronen in de kern. Het massagetal geeft een indicatie van de massa van het atoom, aangezien elektronen verwaarloosbaar licht zijn in vergelijking met protonen en neutronen.
Voorbeeldberekening
Stel dat je een atoom hebt met zes protonen en vijf neutronen. Het massagetal is dan:
\text{Massagetal }=\text{ protonen}+\text{ neutronen}=6+5=11\text{Massagetal }=\text{ protonen}+\text{ neutronen}=6+5=11\text{Massagetal }=\text{ protonen}+\text{neutronen}=6+5=11\text{Massagetal }=\text{ protonen}+\text{neutronen}=6+5=11\text{Massagetal }=\text{protonen}+\text{neutronen}=6+5=11













