voorbeelden van een antwoord:
methode 1 De temperatuur van de andere gasontladingslamp is$\frac{5{,}9 \cdot 10^{3}}{500}=11{,}8keer zo klein, dus de emissielijn wordt$11{,}8^{\frac{1}{2}}=3{,}4keer zo smal. Bij$5{,}9 \cdot 10^{3} \mathrm{~K}vallen er maar 3 golflengtebandjes / meetpunten binnen de breedte$b. Daarom zal bij temperaturen rond 500 K de volledige breedte van de emissielijn binnen 1 golflengtebandje vallen. De breedte kan dan niet afgelezen worden en de temperatuur niet bepaald worden.
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
methode 2
De temperatuur van de andere gasontladingslamp is $ $\frac{5{,}9 \cdot 10^{3}}{500}=11{,}8 $zo klein, dus de breedte van de emissielijn is $ $11{,}8^{\frac{1}{2}}=3{,}4 $keer zo klein. Bij $ $5{,}9 \cdot 10^{3} \mathrm{~K} $is de breedte van de emissielijn ongeveer 0,032 nm. De breedte bij 500 K wordt $ $\frac{0{,}032}{3{,}4}=0{,}0094 \mathrm{~nm}=9{,}4 \mathrm{pm} $ en dit is kleiner dan de spectrale resolutie. Het is niet mogelijk om de temperatuur nauwkeurig te bepalen.
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt: