voorbeeld van een antwoord:
De waarde van de ohmse weerstand is tot op$( \pm) 0{,}5 \Omegabekend.
Voor de weerstand$Rvan een draad geldt$\rho=\frac{R A}{l} \rightarrow R=\frac{\rho l}{A}. De soortelijke weerstand van koper is$\rho=17 \cdot 10^{-9} \Omega \mathrm{~m}en de doorsnede van de meetsnoeren is$A=\frac{1}{4} \pi d^{2}=\frac{1}{4} \pi \cdot(0{,}80 \cdot 10^{-3})^{2}=5{,}03 \cdot 10^{-7} \mathrm{~m}^{2}.
De weerstand van de twee meetsnoeren is$R=2 \cdot \frac{17 \cdot 10^{-9} \cdot 1{,}40}{5{,}03 \cdot 10^{-7}}=0{,}095 \Omega.
(De weerstand van de twee meetsnoeren is dus kleiner dan de onnauwkeurigheid in de waarde van de ohmse weerstand.)
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt: