In 1905 introduceerde Albert Einstein het fotonmodel voor straling, waarvoor hij pas in 1926 de Nobelprijs kreeg. Het duurde namelijk tot 1923 voordat dit model algemeen geaccepteerd werd. Het was Arthur Compton (zie figuur 1) die toen het fotonmodel toepaste in de verklaring voor de verstrooiing van röntgenstraling door de elektronen in grafiet. In 1927 ontving Compton hiervoor de Nobelprijs.


In figuur 2 staat het zogenaamde comptoneffect schematisch weergegeven. Een invallend röntgenfoton botst hierbij op een stilstaand vrij elektron. Het röntgenfoton wordt verstrooid en het elektron krijgt een snelheid_{v}v_{v}$v. Het invallende röntgenfoton heeft een golflengte$\lambdaen het verstrooide foton een golflengte$\lambda^{\prime}. Omdat een foton als een deeltje beschouwd wordt heeft het ook een impuls. Hiervoor geldt$p=\frac{h}{\lambda}.

