Gewesten en staten (Vóór 1515)
Om een duidelijk beeld te vormen van deze tijd, moeten we eerst terug in de tijd. Voor de 16e eeuw bestond Nederland uit losse gewesten met eigen besturen, de zogenaamde staten. Deze gewesten waren autonoom en hadden hun eigen wetten en regels.
Centralisatie onder Karel V en Philips II
In 1515 kwam Karel V. aan de macht als koning van de Nederlanden. Hij zag alle losse gewesten en wilde dat veranderen - hij wilde centraliseren. Centralisatie betekent het streven naar meer eenheid in een gebied door dat vanuit één punt te gaan besturen en overal dezelfde wetten en regels te laten gelden. Karel ging dit doen door belastingen overal te heffen, centrale wetten in te voeren en de protestanten te vervolgen.

In de tijd van Karel V., was ook de Reformatie gaande. Het noordelijke deel van de Nederlanden was voor een groot deel protestants geworden. Ze waren volgelingen van Calvijn, een belangrijke hervormer van die tijd. Deze bevolkingsgroep wilde dus niet het katholicisme van Karel de Vijfde volgen.
Karel V. werd in 1555 opgevolgd door zijn zoon, Philips II. Philips wilde nog verder centraliseren dan zijn vader. Dit uitte zich in het aanstellen van een landvoogd - een plaatsvervanger van de koning - en ook stadhouders, die de centrale wetten moesten doorvoeren.
Drie punten van ontevredenheid
Er waren drie hoofdzaken die zorgden voor grote ontevredenheid in de Nederlanden: de edelen wilden geen centralisatie, de belastingen van Philips II. werden te hoog gevonden, en er was verzet tegen de vervolging van de protestanten.
Het Smeekschrift (1566) en de Beeldenstorm
Het eerste verzet ontstond in 1566, toen de edelen het Smeekschrift aanboden aan Margaretha van Parma, de toenmalige landvoogdes. Hierin vroegen zij om de afschaffing van de inquisitie. Margaretha ging akkoord, waardoor de protestanten hagenpreken gingen houden: kerkdiensten in de openlucht.Dit leidde tot onbedachte gevolgen, waaronder de Beeldenstorm, waarbij protestanten katholieke kerken plunderden en vernielden.

De Spaanse reactie en de Nederlandse Opstand (1568)
Na de Beeldenstorm stuurde Philips II. Alva naar de Nederlanden om er met harde hand te regeren. Dit leidde tot het begin van de Nederlandse Opstand in 1568, onder leiding van Willem van Oranje en de watergeuzen. Deze opstand werd ook wel de Tachtigjarige Oorlog genoemd.
De watergeuzen veroverden veel steden van de Spanjaarden met hun aanvallen vanuit de zee. Hun eerste overwinning was Den Briel in 1572.
In 1579 werd de Unie van Utrecht opgericht. Dit was een samenwerking tussen de gewesten om zich samen te verdedigen tegen de Spanjaarden.
Opkomst van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1581 en 1588)
In 1581 voelden de opstandelingen zich zo sterk dat ze Filips II durfden af te zetten. De republiek bestond alleen uit de zeven noordelijke gewesten. De Zuidelijke Nederlanden bleven de Spaanse koning trouw. Pas vanaf 1588 vormden ze de Republiek Der Zeven Verenigde Nederlanden.
Het werd geen centraal bestuurde staat. De soevereiniteit (hoogste macht) lag bij de afzonderlijke gewesten. Gezamenlijke zaken over oorlog, vrede en buitenlandse zaken werden geregeld in de Staten-Generaal.
De gewesten benoemden Maurits tot stadhouder. Hij was voortaan geen vervanger van de landsheer meer, maar militair leider.
De weg naar vrede (1609 tot 1648)
Het begint met een Twaalfjarig Bestand in 1609, waarin beide landen hun oorlogen tijdelijk stopten. Uiteindelijk werd in 1648 de Vrede van Münster getekend. Dit markeert het einde van de Tachtigjarige Oorlog en de officiële erkenning van de Republiek als onafhankelijke staat.













