Les over §4 Na 1945 groeit de welvaart
De verzorgingsstaat en pluriforme samenleving in Nederland

Hoe groeide de welvaart na 1945 in de samenleving?
Leerdoelen
•Je kunt beschrijven hoe de economie na 1945 groeide.
•Je kunt de gevolgen van de snelle groei van de welvaart in de jaren 60 benoemen.
•Je kunt uitleggen hoe Nederland een multiculturele samenleving werd.
•Je kunt de begrippen consumptiemaatschappij, gastarbeiders en integratie definiëren.
Belangrijke jaartallen
•1950: rond dit jaar kwamen ongeveer 300.000 mensen uit Indonesië naar Nederland.
•1963: de regering en werkgevers stopten met de loonafspraken, waarna de lonen sterk stegen.
•1975: Suriname werd onafhankelijk, waarna veel Surinamers naar Nederland verhuisden.
•1980: vanaf dit jaar steeg het aantal vluchtelingen uit oorlogsgebieden sterk.
De groei van de welvaart in de jaren 60
In de jaren 60 nam in Nederland de welvaart snel toe. Dit is een situatie waarin het economisch goed gaat met een land en mensen luxegoederen kunnen kopen. Tot 1963 bepaalde de overheid hoeveel de lonen mochten stijgen. Omdat er veel werk was en te weinig arbeidskrachten, stelden overheid en werkgevers deze loonafspraken buiten werking. Vanaf 1963 schoten de lonen omhoog. Midden jaren 60 werd bovendien de vijfdaagse werkweek ingevoerd, waardoor mensen niet meer op zaterdagochtend hoefden te werken. Mensen verdienden meer geld en kochten massaal luxeartikelen. Hierdoor veranderde Nederland in een consumptiemaatschappij: een maatschappij waarin mensen spullen kopen die ze niet echt nodig hebben, zoals een televisie, koelkast of auto. De opkomst van de auto en de bouw van grote nieuwbouwwijken aan de rand van steden zorgden voor grote veranderingen in de leefomgeving. Mensen konden verder van hun werk wonen. In de nieuwe woonwijken waren nauwelijks winkels of restaurants. Stad en platteland groeiden steeds meer aan elkaar, waardoor het land voller werd en de hoeveelheid natuur afnam.
Economische tegenslagen en herstel
Door de snelle stijging van de lonen stegen ook de prijzen, wat de export van Nederlandse goederen lastiger maakte. Begin jaren 70 stegen de olieprijzen wereldwijd, waardoor productie en vervoer duurder werden. De economie raakte in een dip. Daarnaast nam de werkgelegenheid af door twee belangrijke ontwikkelingen:
•Automatisering: machines namen werk over van menselijke arbeidskrachten.
•Verplaatsing van fabrieken: veel fabrieken verhuisden naar landen waar de lonen veel lager waren.
Vanaf de jaren 90 leefde de economie weer op en steeg de welvaart snel, mede door de opkomst van nieuwe banen in de ICT-sector.
Een veranderende en multiculturele samenleving
Vóór de Tweede Wereldoorlog was Nederland een gesloten samenleving met nauwelijks mensen uit andere culturen. Na 1945 veranderde dit en kreeg Nederland te maken met vier opeenvolgende golven van nieuwkomers:
1.Mensen uit Indonesië: rond 1950 kwamen ongeveer 300.000 mensen naar Nederland omdat zij na de onafhankelijkheid van Indonesië daar niet meer gewenst waren. Het ging vaak om mensen die hadden gewerkt voor het koloniale bestuur of het Nederlands-Indische leger (KNIL), waaronder een grote groep Molukkers.
2.Gastarbeiders: dit zijn arbeidskrachten uit het buitenland die tijdelijk naar Nederland kwamen om ongeschoold werk te doen waarvoor geen Nederlandse werknemers te vinden waren. Eind jaren 50 kwamen kleine groepen uit Italië en Spanje. In de jaren 60 en 70 kwamen grote groepen uit Turkije en Marokko, die later ook hun gezinnen over lieten komen.
3.Surinamers: toen Suriname in 1975 onafhankelijk werd, koos een grote groep Surinamers ervoor om in Nederland te gaan wonen.
4.Vluchtelingen: vanaf 1980 nam vooral het aantal vluchtelingen uit verschillende oorlogsgebieden in de wereld toe.
Door de komst van deze groepen veranderde Nederland in een multiculturele samenleving. Dit is een samenleving waarin groepen mensen uit verschillende culturen en geloven samenleven. Omdat nieuwkomers vaak een andere taal, cultuur en religie hadden, ontstonden er soms spanningen met de oorspronkelijke bevolking. De integratie (het in elkaar opgaan van verschillende groepen) verloopt daardoor vaak moeizaam.