Les over 5.3 Leenheren en leenmannen

Les over 5.3 Leenheren en leenmannen

Gemaakt door Ainstein
5.3 Leenheren en leenmannen
Deze video bestaat uit
  • Feodale stelselFeodale stelsel
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 03:31
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe werkte het stelsel van leenheren en leenmannen?

Leerdoelen

Je kunt beschrijven hoe het Frankische rijk ontstond en zich uitbreidde onder Karel de Grote.

Je kunt uitleggen hoe het leenstelsel of feodalisme functioneerde.

Je kunt de oorzaken en gevolgen van de politieke versnippering en onveiligheid na de dood van Karel de Grote beschrijven.

Je kunt verklaren wie de Vikingen waren en hoe Europa met hen te maken kreeg.

Je kunt uitleggen hoe edelen, ridders en kastelen zorgden voor veiligheid in hun gebied.

Belangrijke jaartallen

768: Karel de Grote komt aan de macht in het Frankische rijk.

800: De paus kroont Karel de Grote tot keizer in Rome.

814: Karel de Grote overlijdt, waarna zijn rijk uiteindelijk uiteenvalt.

911: De Vikinghoofdman Rollo krijgt het hertogdom Normandië in leen.

950: Het politieke huwelijk tussen Hildegard van Vlaanderen en graaf Dirk II van Holland vindt plaats.

Het ontstaan van het Frankische rijk

Vanaf de 3e eeuw drongen Germaanse stammen, waaronder de Franken, regelmatig het Romeinse Rijk binnen. Uiteindelijk mochten zij van de Romeinen in het huidige Zuid-Nederland en België wonen, mits zij hielpen met de verdediging van de grens (de limes). In de 5e eeuw groeide dit gebied uit tot een zelfstandig koninkrijk. Toen koning Karel de Grote in 768 aan de macht kwam, breidde hij het rijk enorm uit door gebieden zoals Noord-Italië, Beieren, Oostenrijk en na een 30-jarige strijd ook het gebied van de Saksen te veroveren. In 800 kroonde de paus hem tot keizer van het Roomse rijk.

Bestuur en het leenstelsel

Het besturen van het reusachtige rijk was lastig door slechte wegen, verdwenen steden en het ontbreken van een geldeconomie. Om zijn gezag te tonen, reisde Karel veel rond tussen zijn paleizen, waarvan het belangrijkste paleis in Aken stond. Om het rijk effectief te besturen, maakte hij gebruik van het leenstelsel, ook wel het feodalisme genoemd. Hierbij trad de koning op als leenheer.

Een standbeeld van keizer Karel de Grote met een model van een kerk of paleis in zijn hand
Een standbeeld van keizer Karel de Grote met een model van een kerk of paleis in zijn hand

De koning leende delen van zijn grond uit aan hoge edelen, die daardoor leenman of vazal werden. Dit waren bijvoorbeeld een hertog, die een hertogdom bestuurde, of een graaf, die een graafschap bestuurde. Bij hun benoeming zwoeren zij een plechtige eed van trouw aan de leenheer. De leenman werd geen eigenaar; na zijn overlijden ging de grond in principe terug naar de leenheer. In ruil voor het leengebied had de leenman verschillende plichten en rechten. Dit is overzichtelijk weergegeven in de onderstaande tabel:

Partij
Voordelen en rechten
Nadelen en plichten
Leenheer
Leenman

Verdeeldheid en onveiligheid na Karel de Grote

Na de dood van Karel de Grote in 814 viel de politieke eenheid snel uiteen. Zijn nakomelingen vochten onderling oorlogen uit, waardoor het rijk aan het eind van de 9e eeuw splitste in het West- en het Oost-Frankische rijk. Bovendien veranderde de relatie tussen leenheren en leenmannen ingrijpend. Leenmannen gingen hun gebieden steeds meer als persoonlijk bezit beschouwen en de koningen stonden toe dat het leen erfelijk overging op hun zonen. Om hun grote gebieden te besturen, gingen deze hoge edelen zelf ook weer leenmannen benoemen: de achterleenmannen. Dit zorgde voor een enorme politieke versnippering en constante onderlinge strijd, waardoor Europa erg onveilig werd.

De dreiging van de Vikingen

Naast de interne strijd zorgden invallen van buitenaf voor grote angst. De Vikingen (of Noormannen) waren Germanen uit Scandinavië die vanaf het eind van de 8e eeuw meedogenloze plundertochten hielden. Zij richtten zich vooral op slecht beschermde kerken en kloosters vol goud en zilver, maar plunderden ook grote steden zoals Parijs, Londen en Antwerpen. Een belangrijke oorzaak voor deze rooftochten was het Scandinavische erfrecht, waarbij alleen de oudste zoon erfde; jongere zonen moesten zelf op zoek naar roem en rijkdom. Daarnaast speelde de verzwakking van het Frankische bestuur hen in de kaart. Toch waren de Vikingen niet alleen plunderaars; ze dreven ook veel handel en stichtten nederzettingen. Zo stichtten Zweedse Vikingen het Rijk van Kyiv, en kreeg de Deense Vikinghoofdman Rollo in 911 het hertogdom Normandië in leen om andere Vikingen tegen te houden.

Kastelen en ridders

Om zichzelf en de lokale bevolking te beschermen tegen plunderaars en rivaliserende edelen, begonnen edelen kastelen (of burchten) te bouwen. In het begin waren dit eenvoudige houten gebouwen op een heuvel, omringd door een houten muur en een gracht. Later veranderden deze in stevige stenen burchten met dikke muren. Daarnaast namen edelen professionele soldaten in dienst: de ridders. Deze ruiters beschermden zichzelf met een helm en een maliënkolder (een hemd van ijzeren ringetjes), wat later werd uitgebreid naar een volledig metalen plaat-harnas. Dankzij de introductie van de stijgbeugels in de 8e eeuw zaten ridders veel steviger in het zadel. Hierdoor konden zij zwaardere wapens dragen en werden zij de machtigste militaire eenheid van de middeleeuwen.

Toen en nu: vorstelijke huwelijken

In de tijd van monniken en ridders waren huwelijken tussen koningen en edelen vooral een politiek instrument om macht en grondgebied te vergroten. Ouders bepaalden met wie hun kinderen trouwden, zoals bij het huwelijk van de 12-jarige Hildegard van Vlaanderen met de 20-jarige graaf Dirk II van Holland rond 950. Tegenwoordig trouwen koninklijke familieleden voornamelijk uit liefde en mogen zij zelf hun partner kiezen. Wel geldt voor de Nederlandse troonopvolger de bijzondere regel dat het parlement toestemming moet geven voor het huwelijk om het recht op de troon te behouden.