Les over 3.1 De Griekse stadstaten
De Griekse stadstaat
De Griekse stadstaat

Hoe ontstonden de Griekse stadstaten in de oudheid?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen waardoor in Griekenland zelfstandige stadstaten ontstonden.
•Je kunt verklaren waardoor de Griekse cultuur over een groot gebied verspreid raakte door kolonisatie.
•Je kunt beschrijven hoe de Grieken contact hadden met andere volkeren op het gebied van handel, schrift en geld.
•Je kunt de sociale hiërarchie en de positie van verschillende groepen in Athene beschrijven.
•Je kunt de samenleving van Sparta, de rol van de heloten en de Spartaanse opvoeding uitleggen.
Belangrijke jaartallen
•Vanaf de 8e eeuw v.C.: Ontstaan van de eerste Griekse stadstaten en het begin van de kolonisatie.
•Rond 325 v.C.: De ontdekkingsreis van Pytheas naar Noord-Europa.
•3000 v.C. - 500 n.C.: De Tijd van Grieken en Romeinen.
Het ontstaan van de Griekse stadstaten
In de oudheid leefden de Grieken niet in één groot rijk, maar in tientallen kleine, zelfstandige staatjes. Een Griekse stadstaat wordt een polis (meervoud: poleis) genoemd. Zo'n stadstaat bestond uit een stad met de omliggende akkers en dorpjes. Door het bergachtige landschap en de vele eilanden leefden de Griekse gemeenschappen gescheiden van elkaar. Hierdoor bleven de poleis onafhankelijk en regelden ze hun eigen bestuur, leger en economie. Veel poleis groeiden rond een akropolis, een hoge, goed verdedigbare rots waarop een burcht en tempels voor de goden werden gebouwd.

Verschillende bestuursvormen
Binnen de Griekse stadstaten kwamen in de loop der tijd verschillende bestuursvormen voor:
•Monarchie: Het bestuur van de stadstaat is in handen van een koning.
•Aristocratie: De macht ligt bij een kleine groep rijke, adellijke mannen.
•Tirannie: Een alleenheerser grijpt de macht door de bestaande orde omver te werpen.
•Democratie: Burgers hebben politieke inspraak en mogen meebeslissen over het bestuur.
Kolonisatie en cultuurverspreiding
Vanaf de 8e eeuw v.C. groeide de Griekse bevolking snel. Omdat veel bergachtige grond ongeschikt was voor landbouw, ontstond er een tekort aan voedsel. Om dit op te lossen, startten de Grieken met de kolonisatie. Groepen Grieken trokken per schip overzee en stichtten nieuwe, onafhankelijke poleis langs de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. Bekende voorbeelden zijn Massalia (Marseille), Neapolis (Napels) en Byzantion (Istanbul). De kolonisten namen hun taal, verhalen, goden en gewoonten mee, waardoor de Griekse cultuur zich over een enorm gebied verspreidde en later ook de Romeinen beïnvloedde.
Contacten met andere volkeren
Door de kolonisatie namen de contacten met andere culturen sterk toe. Dit had grote invloed op de Griekse economie en cultuur:
•De agora: Dit centrale plein in de stad was het hart van de polis. Hier deden handelaren zaken, verkochten marktkooplui hun waren, gaven leraren les en werden de goden vereerd.
•De nijverheid: Rond de agora woonden en werkten ambachtslieden zoals pottenbakkers (die versierd aardewerk maakten), smeden (voor wapens en gereedschap), wevers en timmerlieden.
•Handel over zee: Poleis gingen zich specialiseren. Athene stopte bijvoorbeeld met de eigen graanbouw en haalde graan uit Oekraïne, terwijl ze zelf aardewerk exporteerden en hout kochten van de Etrusken en Feniciërs.
•Schrift en alfabet: De Grieken namen het letterschrift over van de Feniciërs en ontwikkelden dit tot het Griekse alfabet.
•Geld en economie: Via de Lydiërs maakten de Grieken kennis met muntgeld. Hierdoor ontstond een geldeconomie die de oude ruilhandel verving. De belangrijkste zilveren munt was de drachme; een tetradrachme had de waarde van vier drachmen.
De Griekse ontdekkingsreiziger Pytheas reisde rond 325 v.C. zelfs helemaal naar het onbekende Noord-Europa (waaronder Bretagne, Engeland en Nederland) en beschreef deze voor de Grieken nieuwe wereld.
De samenleving van Athene
De bevolking van Athene was verdeeld in vier groepen met zeer verschillende rechten en plichten:
1.Vrije volwassen mannen: Zij bezaten alle burgerrechten, mochten grond en huizen bezitten, en namen actief deel aan de rechtspraak en het politieke bestuur.
2.Vreemdelingen (metoiken): Mensen die niet in Athene geboren waren. Zij mochten geen grond bezitten, moesten extra belasting betalen en hadden minder rechten.
3.Atheense vrouwen: Zij hadden geen politieke inspraak en mochten geen bezit hebben. In de rechtbank moesten ze vertegenwoordigd worden door een man. Rijke vrouwen moesten thuisblijven, terwijl slavinnen het huishouden deden. Wel konden vrouwen priesteres worden of meedoen aan religieuze festivals.
4.Slaven: Slaafgemaakten hadden helemaal geen rechten en waren het persoonlijk eigendom van een ander. Sommigen werkten als huishoudhulp of leraar, maar velen leidden een zwaar en ellendig bestaan in de mijnen. Men kon slaaf worden door krijgsgevangenschap, schulden of door als kind van slaven geboren te worden.
De samenleving van Sparta
Sparta was een militaire landbouwstaat in het binnenland met een heel andere sociale structuur dan Athene:
•De heloten: Dit was de oorspronkelijke, onderworpen bevolking. Zij hadden geen rechten, mochten hun grond niet verlaten en moesten als rechteloze landarbeiders de akkers voor de Spartanen bewerken.
•De Spartanen: Omdat de heloten in de meerderheid waren, organiseerden de Spartanen zich strak om de macht te behouden. De mannen richtten zich uitsluitend op het bestuur en op militaire zaken.
•De Spartaanse opvoeding: Jongens worden vanaf hun zevende jaar weggehaald bij hun moeder en kregen een extreem zware fysieke en mentale training tot beroepssoldaat. Op hun zestiende moesten ze naakt in de natuur zien te overleven.
•De Spartaanse vrouwen: Zij hadden aanzienlijk meer vrijheid en rechten dan vrouwen in andere poleis; ze mochten bezit hebben en handeldrijven. Omdat de mannen in kazernes leefden, leidden de vrouwen de huishoudens en landbouwbedrijven. Ook moesten zij fysiek trainen om sterke kinderen te kunnen baren.
