Het werkwoord 'être'

Het werkwoord 'être'

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 14:40
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Gatenkaas

Vul de juiste vervoeging van het onregelmatige werkwoord être in.

Présent

Je (être) content aujourd’hui.

Nous (être) à l’école.

Futur simple

Demain, tu (être) en vacances.

Un jour, ils (être) très célèbres.

Présent Je
content aujourd’hui. Nous
à l’école. Futur simple Demain, tu
en vacances. Un jour, ils
très célèbres.
Samenvatting

Het werkwoord 'être'

In deze samenvatting gaan we dieper in op het Franse werkwoord être, dat "zijn" betekent. Het is een essentieel werkwoord in het Frans dat in veel verschillende tijden gebruikt wordt. Hieronder bekijken we de vervoegingen van être in de présent, passé composé, imparfait, futur proche, futur simple en conditionnel. Daarbij worden wat handige tips en voorbeeldzinnen gegeven.

Leerdoelen

Ik ken de verschillende werkwoordstijden 

Ik weet hoe ik het werkwoord ‘être’ moet vervoegen in de 

présent

passé composé 

imparfait

futur proche

futur simple

conditionnel

Ik kan oefenen met een paar simpele zinnetjes.

Présent (tegenwoordige tijd)

De présent is de tijd die je gebruikt voor handelingen in het nu. Zo vervoeg je être in de présent:

Je suis
Ik ben
Tu es
Jij bent
Il/Elle/On est
Hij/zij/men is
Nous sommes
Wij zijn
Vous êtes
Jullie zijn/U bent
Ils/Elles sont
Zij zijn

💡 Tip: Let op de 's' bij "tu es", dat maakt het onderscheid met de 't' klanken in "il/elle/on est".

Voorbeeldzinnen:

Je suis heureux. (Ik ben gelukkig.)

Nous sommes au travail. (Wij zijn aan het werk.)

Passé composé (voltooide tegenwoordige tijd)

Je gebruikt de passé composé voor afgeronde gebeurtenissen in het verleden:

J'ai été
Ik ben geweest
Tu as été
Jij bent geweest
Il/Elle/On a été
Hij/zij/men is geweest
Nous avons été
Wij zijn geweest
Vous avez été
Jullie zijn/U bent geweest
Ils/Elles ont été
Zij zijn geweest

💡 Tip: Je gebruikt "avoir" als hulpwerkwoord, niet "être", wat ongebruikelijk is vergeleken met het Nederlands.

Voorbeeldzinnen:

Tu as été triste? (Ben jij verdrietig geweest?)

Ils ont été enthousiastes. (Zij zijn enthousiast geweest.)

Imparfait (onvoltooid verleden tijd)

De imparfait gebruik je bij onvolledigheden of gewoontes uit het verleden:

J'étais
Ik was
Tu étais
Jij was
Il/Elle/On était
Hij/zij/men was
Nous étions
Wij waren
Vous étiez
Jullie waren/U was
Ils/Elles étaient
Zij waren
Overzicht van de vervoeging van het werkwoord 'être' in de imparfait.
Overzicht van de vervoeging van het werkwoord 'être' in de imparfait.

💡 Tip: De stam is onverwacht ét, niet afgeleid van de "nous"-vorm zoals bij regelmatige werkwoorden.

Voorbeeldzinnen:

J'étais heureux. (Ik was gelukkig.)

Vous étiez en France. (U was in Frankrijk.)

Futur proche (nabije toekomst)

De futur proche gebruik je voor acties die binnenkort zullen plaatsvinden:

Je vais être
Ik zal zijn
Tu vas être
Jij zult zijn
Il/Elle/On va être
Hij/zij/men zal zijn
Nous allons être
Wij zullen zijn
Vous allez être
Jullie zullen/U zal zijn
Ils/Elles vont être
Zij zullen zijn

💡 Tip: Gebruik de vervoegingen van het werkwoord "aller" als hulpwerkwoord.

Voorbeeldzinnen:

Tu vas être triste? (Ga jij verdrietig zijn?)

Nous allons être au travail. (Wij gaan op het werk zijn.)

Futur simple (toekomende tijd)

De futur simple gebruik je voor handelingen die in de verder afgelegen toekomst plaats zullen vinden:

Je serai
Ik zal zijn
Tu seras
Jij zult zijn
Il/Elle/On sera
Hij/zij/men zal zijn
Nous serons
Wij zullen zijn
Vous serez
Jullie zullen/U zal zijn
Ils/Elles seront
Zij zullen zijn
Overzicht van de vervoeging van het werkwoord 'être' in de futur simple.
Overzicht van de vervoeging van het werkwoord 'être' in de futur simple.

💡 Tip: Denk aan het woord servet om "ser" als stam te onthouden.

Voorbeeldzin:

Nous serons au travail. (Wij zullen op het werk zijn.)

Conditionnel (voorwaardelijke wijs)

De conditionnel gebruik je om hypothetische situaties of beleefdheidsvormen uit te drukken:

Je serais
Ik zou zijn
Tu serais
Jij zou zijn
Il/Elle/On serait
Hij/zij/men zou zijn
Nous serions
Wij zouden zijn
Vous seriez
Jullie zouden/U zou zijn
Ils/Elles seraient
Zij zouden zijn
Overzicht van de vervoeging van het werkwoord 'être' in de conditionnel.
Overzicht van de vervoeging van het werkwoord 'être' in de conditionnel.

💡 Tip: Gebruik de imparfait-uitgangen in combinatie met 'ser-'.

Voorbeeldzinnen:

Tu serais triste? (Zou jij verdrietig zijn?)

Nous serions au travail. (Wij zouden op het werk zijn.)

Veelgestelde vragen
Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo