Wanneer is de winst van een monopolist maximaal?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe prijsdiscriminatie werkt.
•Je kunt het effect van prijsdiscriminatie op het consumentensurplus en het producentensurplus uitleggen.
Wat is prijsdiscriminatie?
Bij een monopolie is de winst maximaal wanneer de marginale opbrengsten (MO) gelijk zijn aan de marginale kosten (MK). Een monopolist kan de winst verder vergroten door prijsdiscriminatie toe te passen.
Prijsdiscriminatie betekent dat een aanbieder hetzelfde product of dezelfde dienst voor verschillende prijzen verkoopt aan verschillende groepen consumenten. Door verschillende prijzen te hanteren, kan de producent een deel van het consumentensurplus afromen en toevoegen aan het producentensurplus.
Het producentensurplus is het voordeel dat producenten behalen doordat zij een product verkopen tegen een prijs die de marginale kosten overstijgt. Hoe groter het producentensurplus, hoe groter de winst.

Hoe werkt het in de praktijk?
Een monopolist wil het producentensurplus zo groot mogelijk maken. Dat kan door verschillende prijzen te vragen aan consumenten met een verschillende betalingsbereidheid.
Stel dat Sony de PlayStation 5 aanbiedt voor € 500 Iedereen die bereid is € 500 te betalen, koopt het product. Als Sony daarna de prijs verlaagt naar € 400, kopen ook consumenten met een lagere betalingsbereidheid het product. Zolang de prijs boven de marginale kosten ligt, levert elke extra verkoop extra winst op.
Door deze prijsverlaging stijgt de afzet en daarmee ook de winst. Op deze manier verdient de monopolist ook aan consumenten die bij de hogere prijs niet zouden kopen.


Het effect op consumenten- en producentensurplus
Zonder prijsdiscriminatie bestaat er een consumentensurplus (het groene vlak) en een producentensurplus (het vlak onder de prijs en boven de marginale kosten).
Het consumentensurplus is het voordeel voor consumenten, omdat zij minder betalen dan zij maximaal bereid zijn te betalen.
Het producentensurplus is het voordeel voor producenten, omdat zij verkopen tegen een prijs boven de marginale kosten.
Prijsdiscriminatie met meerdere prijzen
Wanneer een monopolist meerdere prijzen hanteert, bijvoorbeeld P3 (hoogste prijs), P2 en P1 (laagste prijs), ontstaan er verschillende deelmarkten:
•Bij P3 is het consumentensurplus klein en het producentensurplus groot voor de verkochte hoeveelheid.
•Bij P2 ontstaat opnieuw een consumentensurplus en een producentensurplus voor de extra verkochte hoeveelheid.
•Bij P1 gebeurt hetzelfde voor de laagste betalingsbereidheid.
Wanneer deze drie prijsniveaus worden gecombineerd, wordt het totale consumentensurplus kleiner en het totale producentensurplus groter. De monopolist verschuift als het ware een deel van het consumentensurplus naar zichzelf.
Effect van prijsdiscriminatie op de verdeling van surplus
Wanneer deze verschillende prijzen tegelijkertijd of na elkaar worden gehanteerd, verandert de verdeling van de surplussen.
Door prijsdiscriminatie wordt het consumentensurplus kleiner en het producentensurplus groter. De monopolist 'vangt' als het ware een deel van de betalingsbereidheid van de consumenten die eerst onder het consumentensurplus viel, en zet dit om in extra winst.
Voorwaarden voor succesvolle prijsdiscriminatie
Prijsdiscriminatie is alleen mogelijk als aan drie voorwaarden wordt voldaan:
Deelmarkten moeten strikt gescheiden zijn. Consumenten met een hoge betalingsbereidheid mogen niet kunnen kopen tegen de lagere prijs. Als de PlayStation tegelijkertijd voor € 500 en € 400 wordt aangeboden, kiest iedereen de lagere prijs. Wanneer de prijs pas later wordt verlaagd, zijn de deelmarkten gescheiden. Leeftijdsgebonden prijzen (zoals jongeren- of 65+-korting bij toegangskaartjes of seizoenskaarten) zijn ook een manier om markten te scheiden.
Doorverkoop mag niet mogelijk zijn. Consumenten die goedkoop kopen, mogen het product niet kunnen doorverkopen aan consumenten die anders de hogere prijs zouden betalen. Controle bij toegangstickets kan dit voorkomen.
Het moet gaan om een identiek product of een identieke dienst. Als het product inhoudelijk verschilt, is er geen sprake van prijsdiscriminatie, maar van productdifferentiatie. Een vliegticket op maandag is niet hetzelfde als een ticket op vrijdag. Businessclass en economy voor dezelfde vlucht zijn wel prijsdiscriminatie, omdat de onderliggende vlucht identiek is.
Is prijsdiscriminatie altijd oneerlijk?
Prijsdiscriminatie wordt niet altijd als oneerlijk gezien. Jongerenkorting is een vorm van prijsdiscriminatie die maatschappelijk breed wordt geaccepteerd. Veel mensen vinden het belangrijk dat bijvoorbeeld kunst en cultuur toegankelijk blijven voor jongeren.












