Bereken de evenwichtsrente r bij een inkomen van Y = 1000.
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat het verband is tussen sparen en investeren.
•Je kunt uitleggen wat het verband is tussen rente en inkomen.
•Je kunt uitleggen wat het verband is tussen de goederenmarkt en de monetaire markt.
Het IS-MB-GA-model
In de economie gebruiken we modellen om ingewikkelde verbanden tussen economische factoren te begrijpen. Een zo'n model is het IS-MB-GA-model, dat verschillende markten en beleidsinstrumenten combineert.
Het Keynesiaans kruis en de rente
Het Keynesiaans kruis geeft de relatie weer tussen de effectieve vraag en het inkomen. De effectieve vraag is de totale vraag naar producten en diensten in een land, voortgebracht met de beschikbare productiefactoren. Het gaat uit van de aanname dat er geen rente of inflatie is. In de werkelijkheid is dit niet het geval. De IS-curve voegt de belangrijke factor van de rente toe aan dit model.
Stel je voor dat de rente stijgt. Wat gebeurt er dan?
•Sparen wordt aantrekkelijker: mensen en bedrijven zullen meer sparen, omdat ze meer rente ontvangen op hun spaargeld.
•Lenen wordt duurder: het wordt minder aantrekkelijk voor bedrijven om te lenen voor investeringen, en voor consumenten om te lenen voor grote aankopen.
Deze veranderingen hebben directe gevolgen voor de economie. Als lenen duurder wordt, zullen de autonome investeringen dalen. Dit zijn investeringen die niet direct afhankelijk zijn van het inkomen, maar bijvoorbeeld van de rente. Wanneer autonome investeringen dalen, verschuift de bestedingslijn (EV-lijn) in het Keynesiaans kruis naar beneden. Dit betekent dat het evenwichtsinkomen, het punt waar de effectieve vraag gelijk is aan het inkomen, ook daalt.
Uit dit voorbeeld blijkt duidelijk: een hogere rente leidt tot lagere autonome investeringen en daarmee een lager evenwichtsinkomen op de goederenmarkt.

Definitie en kenmerken van de IS-curve
De IS-curve geeft het verband weer tussen de rente en het inkomen. De afkorting IS staat voor investeringssparencurve De IS-curve toont alle combinaties van de reële rente en het inkomen waarbij er een evenwicht is op de goederenmarkt (Y = EV). Dit betekent dat de totale effectieve vraag (EV) van de economie gelijk is aan het totale inkomen (Y), gegeven een bepaald inflatieniveau.
De IS-curve heeft een negatief verband tussen de reële rente en het inkomen:
•Als de rente stijgt, daalt het inkomen.
•Als de rente daalt, stijgt het inkomen.
Veranderingen op de IS-curve
1. Een verschuiving langs de IS-curve: Dit gebeurt wanneer alleen de rente verandert. Als de rente daalt, worden lenen en investeren aantrekkelijker. Hierdoor nemen de investeringen en de consumptie toe. Dit leidt tot een hoger evenwichtsinkomen op de goederenmarkt. Op de IS-curve beweeg je dan van een punt met een hogere rente en lager inkomen naar een punt met een lagere rente en hoger inkomen, langs dezelfde lijn.

2. Een verschuiving van de gehele IS-curve: Dit treedt op wanneer een andere factor dan de rente verandert, bijvoorbeeld door een verandering van de autonome bestedingen. Denk hierbij aan een verandering in de overheidsbestedingen, autonome consumptie of autonome investeringen (die niet door de rente worden beïnvloed). Stel bijvoorbeeld dat de autonome bestedingen stijgen. Bij hetzelfde renteniveau zal het inkomen hoger zijn, omdat de start van de bestedingslijn (in het Keynesiaans kruis) hoger ligt. Dit leidt ertoe dat de hele IS-curve naar rechts verschuift.

De MB-curve
De MB-curve (monetairbeleidcurve) geeft de relatie weer tussen de rente en het inkomen vanuit het perspectief van de centrale bank.
De MB-curve is een horizontale lijn, omdat de centrale bank de rente op één bepaald niveau vaststelt, ongeacht het inkomen. Het inkomen beïnvloedt dus niet direct de rentestand die de ECB bepaalt.

Monetair beleid en inflatiebeheersing
De MB-curve komt voort uit het monetaire beleid van de Centrale Bank, zoals de Europese Centrale Bank (ECB). De belangrijkste taak van de ECB en andere centrale banken is inflatiebeheersing. Het voornaamste middel om deze taak uit te voeren, is het vaststellen van de rente.
De rente die de centrale bank vaststelt, reageert op de inflatie:
•Stijgende inflatie: als de inflatie te veel stijgt, zal de ECB de reële rente verhogen. Een hogere rente remt de economische activiteit af, waardoor de inflatie weer afneemt. Het is een actieve reactie van de centrale bank om de inflatie te beheersen.
•Dalende inflatie: als de inflatie te veel daalt (of zelfs negatief wordt, deflatie), zal de ECB de reële rente verlagen. Een lagere rente stimuleert de economie, in de hoop dat de inflatie weer stijgt naar het gewenste niveau.
Reële rente en inflatieverwachtingen
Belangrijke begrippen om het monetaire beleid goed te begrijpen:
•De reële rente is de nominale rente min de inflatie. Deze vertegenwoordigt de koopkracht van het geld.
\text{Reële rente = nominale rente - verwachte inflatie}\text{Reële rente = ominale rente - verwachte inflatie}\text{Reële rente = Nominale rente - verwachte inflatie}\text{Reële rente = Nominale rente - verachte inflatie}\text{Reële rente = Nominale rente - verwachte inflatie}\text{Reeële rente = Nominale rente - verwachte inflatie}\text{Releële rente = Nominale rente - verwachte inflatie}\text{Releeële rente = Nominale rente - verwachte inflatie}\text{Rele eële rente = Nominale rente - verwachte inflatie}\text{Rele reële rente = Nominale rente - verwachte inflatie}\text{Rele reële rente = Nominale rente - verwachte inflatie}\text{Rele rente = Nominale rente - verwachte inflatie}\text{Re}ë\text{le rente = Nominale rente - verwachte inflatie}\text{Rele rente = Nominale rente - verwachte inflatie}\text{Reele rente = Nominale rente - verwachte inflatie}\text{Reele rente = Nominale rente - verwachte inflati}\text{Reele rente = Nominale rente - verwachte inflat}\text{Reele rente = Nominale rente - verwachte infla}\text{Reele rente = Nominale rente - verwachte infl}\text{Reele rente = Nominale rente - verwachte inf}\text{Reele rente = Nominale rente - verwachte in}\text{Reele rente = Nominale rente - verwachte i}\text{Reele rente = Nominale rente - verwachte }\text{Reele rente = Nominale rente - verwachte}\text{Reele rente = Nominale rente - verwacht}\text{Reele rente = Nominale rente - verwach}\text{Reele rente = Nominale rente - verwac}\text{Reele rente = Nominale rente - verwa}\text{Reele rente = Nominale rente - verwav}\text{Reele rente = Nominale rente - verwavh}\text{Reele rente = Nominale rente - verwav}\text{Reele rente = Nominale rente - verwa}\text{Reele rente = Nominale rente - verw}\text{Reele rente = Nominale rente - ver}\text{Reele rente = Nominale rente - ve}\text{Reele rente = Nominale rente - v}\text{Reele rente = Nominale rente - }\text{Reele rente = Nominale rente -}\text{Reele rente = Nominale rente }\text{Reele rente = Nominale rente}\text{Reele rente = Nominale rent}\text{Reele rente = Nominale ren}\text{Reele rente = Nominale re}\text{Reele rente = Nominale r}\text{Reele rente = Nominale }\text{Reele rente = Nominale}\text{Reele rente = Nominal}\text{Reele rente = Nomina}\text{Reele rente = Nomin}\text{Reele rente = Nomi}\text{Reele rente = Nom}\text{Reele rente = No}\text{Reele rente = N}\text{Reele rente = Nm}\text{Reele rente = Nmo}\text{Reele rente = Nm}\text{Reele rente = N}\text{Reele rente = }\text{Reele rente =}\text{Reele rente }\text{Reele rente}\text{Reele rent}\text{Reele ren}\text{Reele re}\text{Reele r}\text{Reele }\text{Reele i}\text{Reele in}\text{Reele inf}\text{Reele infl}\text{Reele infla}\text{Reele inflat}\text{Reele inflati}\text{Reele inflatie}\text{Reele inflatie }\text{Reele inflatie}\text{Reele inflatie }\text{Reele inflatie}\text{Reele inflati}\text{Reele inflat}\text{Reele infla}\text{Reele infl}\text{Reele inf}\text{Reele in}\text{Reele i}\text{Reele }\text{Reele}\text{Reel}\text{Ree}\text{Re}\text{ReE}\text{Re}\text{Re}ë\text{Re}ël\text{Re}ë\text{Re}\text{Re}ë\text{Re}ëe\text{Re}ë\text{Re}\text{R}
•Voorbeeld: als de nominale rente 3% is en de inflatie 1%, dan is de reële rente:3\%-1\%=2\%3\%-1\%=23\%-1\%=3\%-1\%3\%-13\%-3\%33% - 1% = 2%.3% - 1% = 2%.
•De ECB gaat vaak uit van een naïeve inflatieverwachting: de verwachte inflatie voor volgend jaar is hetzelfde als de inflatie van dit jaar.
•Binnen een bepaalde periode blijft de verwachte inflatie constant in dit model.
Dit betekent dat als de ECB de nominale rente aanpast, de reële rente net zoveel verandert. Als de nominale rente bijvoorbeeld met 1% stijgt, en de verwachte inflatie blijft constant, stijgt de reële rente ook met 1%.
De IS- en MB-curve samen
De IS- en MB-curves kunnen in hetzelfde assenstelsel worden gecombineerd, omdat ze beide het verband tussen rente en inkomen weergeven.
•De IS-curve toont de combinaties van rente en inkomen waarbij de goederenmarkt in evenwicht is (het Keynesiaanse kruis). Hier wordt de relatie tussen investeren, sparen en inkomen duidelijk.
•De MB-curve toont de rente die de Europese Centrale Bank heeft vastgesteld voor het monetaire beleid. De ECB bepaalt de stand van de rente aan de hand van de inflatieverwachtingen.
Het snijpunt van de IS-curve en de MB-curve geeft het evenwicht in de economie weer, rekening houdend met zowel de goederenmarkt als het monetaire beleid.













