Welke twee groepen vormen samen de particuliere sector?
Leerdoelen
•Je kunt de verschillen tussen de collectieve en de particuliere sector herkennen en benoemen
•Je kunt voorbeelden van verschillende collectieve goederen opnoemen
•Je kunt uitleggen hoe de overheid gedrag kan stimuleren en afremmen
De collectieve sector
De collectieve sector bestaat uit de overheid en instellingen voor sociale zekerheid.
Voorbeelden van de overheid zijn:
•De Rijksoverheid (de landelijke overheid, zoals het parlement en de ministeries).
•Lagere overheden zoals de gemeente, de provincie en de waterschappen.
Deze sector levert collectieve goederen. Dat zijn voorzieningen die voor iedereen beschikbaar zijn. Het doel van de collectieve sector is niet om winst te maken.
Collectieve goederen
Collectieve goederen zijn voorzieningen waar iedereen gebruik van kan en mag maken. Ze zijn bedoeld voor de hele samenleving.
Voorbeelden van collectieve goederen zijn:
•Rechtspraak
•Brandweer
•Politie
•Ambulances
•Onderwijs
•Straatverlichting
Waarom betaalt de overheid hiervoor?
De overheid betaalt deze goederen om verschillende redenen:
•Ze zijn belangrijk voor iedereen: ze dienen het algemeen belang van de samenleving.
•De overheid wil de kwaliteit kunnen bepalen: bijvoorbeeld bij de brandweer of politie.
•Het is moeilijk om mensen apart te laten betalen, bijvoorbeeld bij straatverlichting.
•De overheid wil dat belangrijke voorzieningen voor iedereen betaalbaar blijven, zoals ambulances en brandweer.
Vaak worden deze voorzieningen betaald met belastinggeld.
De particuliere sector
De particuliere sector bestaat uit burgers en bedrijven. Zij verkopen goederen en diensten. Voor veel bedrijven in deze sector is het belangrijk om winst te maken.
In deze sector speelt marktwerking een grote rol. Dat betekent dat bedrijven met elkaar concurreren om klanten. Deze concurrentie en de vraag van burgers bepalen voor een groot deel welke producten worden aangeboden en wat de prijs daarvan is.
De verschillen
Hieronder zie je de belangrijkste verschillen tussen de twee sectoren overzichtelijk op een rij:
Kenmerk | Collectieve sector | Particuliere sector |
|---|---|---|
wie | Overheid (Het Rijk, provincie, gemeente, waterschap) en instellingen voor sociale zekerheid. | Burgers en bedrijven. |
doel | Collectieve goederen leveren voor iedereen. | Goederen en diensten verkopen. |
winst | Winst maken is niet het doel. | Winst maken is vaak het doel. |
marktwerking | Speelt nauwelijks een rol. | Concurrentie en vraag bepalen prijs en aanbod. |
Privatisering
Soms wordt een taak van de overheid overgeplaatst naar bedrijven. Dit noemen we privatisering. Bij privatisering wordt een dienst die eerst door de overheid werd uitgevoerd, overgedragen aan bedrijven in de particuliere sector.
Hoe de overheid gedrag kan beïnvloeden
De overheid kan gedrag van burgers en bedrijven beïnvloeden. Ze kan gedrag stimuleren of juist afremmen.
Gedrag stimuleren
De overheid kan gewenst gedrag stimuleren door subsidie te geven. Subsidie is een geldbedrag dat de overheid geeft om iets goedkoper te maken of om een activiteit te ondersteunen.
Voorbeelden:
•Subsidie op innovatie om nieuwe producten of productiemethoden te ontwikkelen
•Subsidie op zonnepanelen
•Subsidie op een warmtepomp
Gedrag afremmen
De overheid kan ongewenst gedrag afremmen met accijns en heffingen. Dat zijn extra bedragen bovenop de prijs van een product.
Voorbeelden van accijns:
•Accijns op alcohol
•Accijns op tabak
•Accijns op brandstof
Voorbeelden van heffingen:
•Milieuheffing
•Energiebelasting op gas en stroom













