Noem de drie economische scholen die binnen het IS-MB-GA-model worden onderscheiden en geef van elke school in één zin de kern van hun visie.
Leerdoelen
•Je kunt benoemen welke economische scholen er zijn.
•Je kunt uitleggen wat de visie van deze economische scholen is.
•Je kunt de juiste economische school herkennen en benoemen uit de grafiek.
Economische scholen
In de economische wetenschap bestaan er verschillende economische scholen. Dit zijn groepen economen die dezelfde opvattingen hebben over hoe de economie werkt en welk beleid het meest effectief is. De belangrijkste economische scholen zijn: de keynesianen, de monetaristen en de neo- en nieuwklassieken.
De keynesianen
Volgens de keynesianen speelt het begrotingsbeleid van de overheid een cruciale rol. Als het slecht gaat met de economie, moet de overheid ingrijpen om de bestedingen aan te jagen. Zij pleiten voor anticyclisch begrotingsbeleid, waarbij de overheid tegen de conjunctuurcyclus ingaat om stabiliteit te creëren.
Visie op curven in het IS-MB-GA-model:
•De IS-curve is steil: bestedingen reageren relatief weinig op veranderingen in de rente. Dit betekent dat een renteverandering de vraag naar goederen en diensten niet sterk beïnvloedt.
•De invloed van monetair beleid is beperkt: hierdoor verschuift de MB-curve weinig.
•De GA-lijn is stijgend: dit komt door factoren zoals loonstarheid en prijsrigiditeit, die aanpassingen op korte termijn bemoeilijken. Prijzen en lonen passen zich niet direct aan veranderingen in de economie aan.

De monetaristen
De monetaristen hebben een tegengestelde visie ten opzichte van de keynesianen wat betreft overheidsingrijpen. Zij vinden dat de overheid zich zo min mogelijk met de economie moet bemoeien. Volgens hen heeft begrotingsbeleid een beperkte rol.
Visie op curven in het IS-MB-GA-model:
•De IS-curve loopt vrij vlak: de bestedingen reageren sterk op renteveranderingen. Hierdoor is begrotingsbeleid minder effectief dan monetair beleid.
•Monetair beleid speelt juist een hele grote rol: de MB-lijn verschuift erg veel. Dit betekent dat veranderingen in de geldhoeveelheid of rente een significant effect hebben op de economie.

De neo- en nieuwklassieken
De neo- en nieuwklassieken leggen de nadruk op marktwerking. Zij geloven dat lonen en prijzen zich van nature aanpassen aan de marktomstandigheden.
Visie op curven in het IS-MB-GA-model:
•De GA-curve is een verticale lijn: dit betekent dat de productie op lange termijn gelijk is aan de potentiële productie. De economie produceert altijd op haar maximale capaciteit, ongeacht de vraag op korte termijn.
•Vraagstimulering is niet effectief: het stimuleren van de vraag leidt niet tot een grotere productie. Het enige effect is een stijging van de inflatie. De potentieel haalbare productie blijft onveranderd.














