114 110 109.5 106 102 2016 bron 1 ontwikkeling consumentenprijzen en cao-lonen in de periode 2010-2018 indexcijfers (2010 = 100)


114 110 109.5 106 102 2016 bron 1 ontwikkeling consumentenprijzen en cao-lonen in de periode 2010-2018 indexcijfers (2010 = 100)

opbrengstenmatrix voor de supermarktketens
Keten 2 | |||
Akkoord gaan met 10 cent prijsverhoging | Onderhandelen over lagere prijsverhoging | ||
Keten 1 | Akkoord gaan met 10 procent prijsverhoging | (- € 6.000 , - € 6.000) | (- € 2.000 , - € 10.000) |
Onderhandelen over lagere prijsverhoging | (- € 10.000 , - € 2.000) | (- € 3.000 , - € 3.000) |
6
(de genummerde pijlen geven oorzaak-gevolgrelaties weer; een - betekent een negatief verband, een + betekent een positief verband; bij pijl 4, 5 en 6 ontbreekt het teken).

Het Nederlands pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers, die samen de totale uitkering bepalen die iemand ontvangt als hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. De pijlers zijn:
1) het staatspensioen (AOW)
2) het bedrijfspensioen
3) het individueel opgebouwde pensioen
De tweede pijler, het bedrijfspensioen, wordt opgebouwd voor werknemers in loondienst. Werkgevers en werknemers leggen premie in bij pensioenfondsen, die de premies beleggen. Het stelsel van bedrijfspensioenen staat onder andere onder druk door lage beleggingsrendementen. Als gevolg daarvan zijn de bedrijfspensioenuitkeringen in de periode 2014-2018 gelijk gebleven, terwijl de cao-lonen en de consumentenprijzen in diezelfde periode wel zijn gestegen (zie bron 1 ).
Op deze pagina behandelen we vraag 15 van het centraal examen economie havo 2022 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Opgave 4 Kiezen voor de oude dag, en is 2 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
De onderwerpen bij deze vraag zijn: