Basis rekenvaardigheden in de economie
In deze les behandelen we de basis rekenvaardigheden die essentieel zijn voor economie. Het is belangrijk dat je deze vaardigheden goed onder de knie krijgt, aangezien ze vaak voorkomen in examens en het dagelijkse leven. Hieronder vind je de vijf belangrijkste rekenvaardigheden:
1. Percentage van een bedrag berekenen
Het berekenen van een percentage van een bedrag wordt vaak gebruikt bij renteberekeningen, kortingen en wijzigingen in aantallen. Dit is een van de meest voorkomende rekenmethoden die je in het dagelijks leven tegenkomt.
Formule
De formule om een percentage van een bedrag te berekenen is:
\frac{\%}{100}\cdot bedrag=\frac{\%}{100}\cdot bedrag\frac{\%}{100}\cdot bedra\frac{\%}{100}\cdot bedr\frac{\%}{100}\cdot bed\frac{\%}{100}\cdot be\frac{\%}{100}\cdot b\frac{\%}{100}\cdot\frac{\%}{100}\cdot B\frac{\%}{100}\cdot Be\frac{\%}{100}\cdot Bed\frac{\%}{100}\cdot Bedr\frac{\%}{100}\cdot Bed\frac{\%}{100}\cdot Be\frac{\%}{100}\cdot B\frac{\%}{100}\cdot\frac{\%}{100}\frac{\%}{10}\frac{\%}{1}\frac{\%}{\placeholder{}}\frac{}{\placeholder{}}\frac{P}{\placeholder{}}\frac{Pe}{\placeholder{}}\frac{Per}{\placeholder{}}\frac{Perc}{\placeholder{}}\frac{Perce}{\placeholder{}}\frac{Percen}{\placeholder{}}\frac{Percent}{\placeholder{}}\frac{Percenta}{\placeholder{}}\frac{Percentag}{\placeholder{}}\frac{Percentage}{\placeholder{}}\frac{Percentag}{\placeholder{}}\frac{Percenta}{\placeholder{}}\frac{Percent}{\placeholder{}}\frac{Percen}{\placeholder{}}\frac{Perce}{\placeholder{}}\frac{Perc}{\placeholder{}}\frac{Per}{\placeholder{}}\frac{Pe}{\placeholder{}}\frac{P}{\placeholder{}}\frac{\placeholder{}}{\placeholder{}}
Een alternatieve vorm is:
\frac{bedrag}{100}\cdot percentage=\frac{bedrag}{100}\cdot percentage=\frac{bedrag}{100}\cdot percentage\frac{bedrag}{100}\cdot percentag\frac{bedrag}{100}\cdot percenta\frac{bedrag}{100}\cdot percent\frac{bedrag}{100}\cdot percen\frac{bedrag}{100}\cdot perce\frac{bedrag}{100}\cdot perc\frac{bedrag}{100}\cdot per\frac{bedrag}{100}\cdot pe\frac{bedrag}{100}\cdot p\frac{bedrag}{100}\cdot\frac{bedrag}{100}\frac{bedrag}{10}\frac{bedrag}{1}\frac{bedrag}{\placeholder{}}\frac{bedra}{\placeholder{}}\frac{bedr}{\placeholder{}}\frac{bed}{\placeholder{}}\frac{be}{\placeholder{}}\frac{b}{\placeholder{}}\frac{}{\placeholder{}}\frac{B}{\placeholder{}}\frac{Be}{\placeholder{}}\frac{Bed}{\placeholder{}}\frac{Be}{\placeholder{}}\frac{B}{\placeholder{}}\frac{\placeholder{}}{\placeholder{}}
Ook kan je de onderstaande formule gebruiken:
Groeifactor\cdot100=Groeifactr\cdot100=Groeifact\lor r\cdot100=Groeifact\lor\cdot100=Groeifact\lor r\cdot100=Groeifact\lor\cdot100=Groeifact\cdot100=Groeifact\lor\cdot100=Groeifacto\cdot100=Groeifact\cdot100=GroeifactO\cdot100=GroeifactOR\cdot100=GroeifactO\cdot100=Groeifact\cdot100=Groeifact\lor\cdot100=Groeifact\lor\cdot100Groeifact\lor\cdot10Groeifact\lor\cdot1Groeifact\lor\cdotGroeifact\lorGroeifactoGroeifactGroeifacGroeifaGroeifGroeiGroeGroGrG
•Voorbeeld
Stel, Dimitri heeft €500 op zijn spaarrekening en ontvangt 1,29% rente. Hoeveel rente ontvangt hij na een jaar?
Berekening: 1,29 / 100 x 500 = €6,45
2. Deel van een bedrag in percentages uitdrukken
Hiermee kun je het relatieve aantal van een heel getal vaststellen. Dit is nuttig voor vergelijkingen.
Formule
\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=\frac{Deel}{Geheel}\cdot100\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=d\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=de\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=dee\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deel\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelv\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelva\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelv\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deel\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=dee\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deel\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelv\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelva\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelvan\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelvanb\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelvanbe\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelvanb\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelvan\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelva\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelv\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deel\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=dee\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=de\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=d\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=\frac{Deel}{Geheel}\cdot100\frac{Deel}{Geheel}\cdot10\frac{Deel}{Geheel}\cdot1\frac{Deel}{Geheel}\cdot\frac{Deel}{Geheel}\frac{Deel}{Gehee}\frac{Deel}{Gehe}\frac{Deel}{Geh}\frac{Deel}{Ge}\frac{Deel}{G}\frac{Deel}{\placeholder{}}\frac{Dee}{\placeholder{}}\frac{De}{\placeholder{}}\frac{D}{\placeholder{}}\frac{\placeholder{}}{\placeholder{}}
•Voorbeeld
Als er 56 auto’s op een parkeerplaats staan en 11 zijn rood. Hoe groot is dan het percentage rode auto's:
Berekening: 11 / 56 x 100 = 19,6%
3. Veranderingen in percentages berekenen
Dit gaat over het berekenen van groei of krimp in percentages, welke regelmatig tussen twee waarden worden vergeleken.
Formule
\frac{verandering}{basis}\cdot100=\frac{verandering}{basis}\cdot100\frac{verandering}{basis}\cdot10\frac{verandering}{basis}\cdot1\frac{verandering}{basis}\cdot\frac{verandering}{basis}\frac{}{basis}\frac{ver\land er\in g}{basis}\frac{ver\land er\in}{basis}\frac{ver\land eri}{basis}\frac{ver\land er}{basis}\frac{ver\land e}{basis}\frac{ver\land}{basis}\frac{veran}{basis}\frac{vera}{basis}\frac{ver}{basis}\frac{ver\land}{basis}\frac{veran}{basis}\frac{vera}{basis}\frac{ver}{basis}\frac{ver}{basi}\frac{ver}{bas}\frac{ver}{ba}\frac{ver}{b}\frac{ver}{}\frac{ver}{B}\frac{ver}{Ba}\frac{ver}{Bas}\frac{ver}{Basi}\frac{ver}{Basis}\frac{ver}{Basi}\frac{ver}{Bas}\frac{ver}{Ba}\frac{ver}{B}\frac{ver}{\placeholder{}}\frac{ve}{\placeholder{}}\frac{ver}{\placeholder{}}\frac{ver\land}{\placeholder{}}\frac{veran}{\placeholder{}}\frac{vera}{\placeholder{}}\frac{ver}{\placeholder{}}\frac{ve}{\placeholder{}}\frac{ver}{\placeholder{}}\frac{ver\land}{\placeholder{}}\frac{ver\land e}{\placeholder{}}\frac{ver\land er}{\placeholder{}}\frac{ver\land eri}{\placeholder{}}\frac{ver\land er}{\placeholder{}}\frac{ver\land e}{\placeholder{}}\frac{ver\land}{\placeholder{}}\frac{veran}{\placeholder{}}\frac{vera}{\placeholder{}}\frac{ver}{\placeholder{}}\frac{ve}{\placeholder{}}\frac{v}{\placeholder{}}\frac{}{\placeholder{}}\frac{V}{\placeholder{}}\frac{Ve}{\placeholder{}}\frac{Ver}{\placeholder{}}\frac{Ve}{\placeholder{}}\frac{V}{\placeholder{}}\frac{\placeholder{}}{\placeholder{}}\frac{verer\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land er\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land\land er\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land\land eer\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land\land erer\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land\land eer\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land\land er\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land aner\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land aer\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land er\in g}{\placeholder{}}\frac{veraner\in g}{\placeholder{}}\frac{veraer\in g}{\placeholder{}}\frac{verer\in g}{\placeholder{}}\frac{veer\in g}{\placeholder{}}\frac{verer\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land er\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land erig}{\placeholder{}}\frac{ver\land erg}{\placeholder{}}\frac{ver\land er\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land er\in}{\placeholder{}}\frac{ver\land eri}{\placeholder{}}\frac{ver\land er}{\placeholder{}}\frac{ver\land e}{\placeholder{}}\frac{ver\land}{\placeholder{}}\frac{veran}{\placeholder{}}\frac{vera}{\placeholder{}}\frac{ver}{\placeholder{}}\frac{ver\land}{\placeholder{}}\frac{ver\land e}{\placeholder{}}\frac{ver\land er}{\placeholder{}}\frac{ver\land er\in}{\placeholder{}}\frac{ver\land eri}{\placeholder{}}\frac{ver\land er}{\placeholder{}}\frac{ver\land e}{\placeholder{}}\frac{ver\land}{\placeholder{}}\frac{veran}{\placeholder{}}\frac{vera}{\placeholder{}}\frac{ver}{\placeholder{}}\frac{ve}{\placeholder{}}\frac{v}{\placeholder{}}\frac{}{\placeholder{}}\frac{V}{\placeholder{}}\frac{Ve}{\placeholder{}}\frac{Ver}{\placeholder{}}\frac{Vera}{\placeholder{}}\frac{Veran}{\placeholder{}}\frac{Vera}{\placeholder{}}\frac{Ver}{\placeholder{}}\frac{Ve}{\placeholder{}}\frac{V}{\placeholder{}}\frac{}{\placeholder{}}\frac{1}{\placeholder{}}
\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot100=\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot100\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot10\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot1\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot1-\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot1--\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot1-\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot1\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot\frac{nieuw-oud}{oud}\frac{nieuw-oud}{ou}\frac{nieuw-oud}{o}\frac{nieuw-oud}{\placeholder{}}\frac{nieuw-ou}{\placeholder{}}\frac{nieuw-o}{\placeholder{}}\frac{nieuw-}{\placeholder{}}\frac{nieuw}{\placeholder{}}\frac{nieuw}{\placeholder{}}-\frac{nieuw}{\placeholder{}}\frac{nieu}{\placeholder{}}\frac{nie}{\placeholder{}}\frac{ni}{\placeholder{}}\frac{n}{\placeholder{}}\frac{}{\placeholder{}}\frac{N}{\placeholder{}}\frac{Ni}{\placeholder{}}\frac{N}{\placeholder{}}\frac{\placeholder{}}{\placeholder{}}5
•Voorbeeld
Stel, Jan is 1,86 meter en Karel is 1,78 meter. Hoeveel procent is Jan groter dan Karel?
Berekening: (1,86 - 1,78) / 1,78 x 100 = 4,5%
4. Verhoudingen berekenen
Verhoudingen helpen om de relatie tussen twee of meer getallen te verduidelijken zonder de basis te verliezen. Verhoudingen zijn vaak te zien bij bijvoorbeeld wissel koersen.
•Voorbeeld
Stel het BBP in 2010 werd 750 miljard en is met 5% gestegen in 2011. Hoeveel bedraagt het BBP in 2011? Je kunt hiervoor een verhoudingstabel gebruiken.

Antwoord: het BBP in 2011 bedraagt 787,5 miljard.
5. Indexcijfers berekenen
Indexcijfers worden gebruikt om veranderingen in bijvoorbeeld het BBP en bevolkingsgroei te meten ten opzichte van een basisjaar.
Formule
Nieuw getal / Basisjaar x 100 =
•Voorbeeld
Als het aantal leerlingen in 2000 1400 was en in 2005 1540 is:
Indexcijfer 2000 = 1400 / 1400 x 100 = 100
Indexcijfer 2005 = 1540 / 1400 x 100 = 110
Samenvatting
In dit artikel zijn de vijf belangrijkste rekenvaardigheden binnen de economie besproken. Door deze vijf vaardigheden te beheersen, ben je goed voorbereid op economische vragen in je toetsen en in het dagelijks leven.












