Basisrekenvaardigheden

Basisrekenvaardigheden

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 11:30
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Examentraining

Test je kennis met de 20 examenvragen die aan dit onderwerp zijn gekoppeld.

Maak de 20 opgaven die bij dit onderwerp horen.
Samenvatting

Basis rekenvaardigheden in de economie

In deze les behandelen we de basis rekenvaardigheden die essentieel zijn voor economie. Het is belangrijk dat je deze vaardigheden goed onder de knie krijgt, aangezien ze vaak voorkomen in examens en het dagelijkse leven. Hieronder vind je de vijf belangrijkste rekenvaardigheden:

1. Percentage van een bedrag berekenen

Het berekenen van een percentage van een bedrag wordt vaak gebruikt bij renteberekeningen, kortingen en wijzigingen in aantallen. Dit is een van de meest voorkomende rekenmethoden die je in het dagelijks leven tegenkomt.

Formule

De formule om een percentage van een bedrag te berekenen is:

\frac{\%}{100}\cdot bedrag=\frac{\%}{100}\cdot bedrag\frac{\%}{100}\cdot bedra\frac{\%}{100}\cdot bedr\frac{\%}{100}\cdot bed\frac{\%}{100}\cdot be\frac{\%}{100}\cdot b\frac{\%}{100}\cdot\frac{\%}{100}\cdot B\frac{\%}{100}\cdot Be\frac{\%}{100}\cdot Bed\frac{\%}{100}\cdot Bedr\frac{\%}{100}\cdot Bed\frac{\%}{100}\cdot Be\frac{\%}{100}\cdot B\frac{\%}{100}\cdot\frac{\%}{100}\frac{\%}{10}\frac{\%}{1}\frac{\%}{\placeholder{}}\frac{}{\placeholder{}}\frac{P}{\placeholder{}}\frac{Pe}{\placeholder{}}\frac{Per}{\placeholder{}}\frac{Perc}{\placeholder{}}\frac{Perce}{\placeholder{}}\frac{Percen}{\placeholder{}}\frac{Percent}{\placeholder{}}\frac{Percenta}{\placeholder{}}\frac{Percentag}{\placeholder{}}\frac{Percentage}{\placeholder{}}\frac{Percentag}{\placeholder{}}\frac{Percenta}{\placeholder{}}\frac{Percent}{\placeholder{}}\frac{Percen}{\placeholder{}}\frac{Perce}{\placeholder{}}\frac{Perc}{\placeholder{}}\frac{Per}{\placeholder{}}\frac{Pe}{\placeholder{}}\frac{P}{\placeholder{}}\frac{\placeholder{}}{\placeholder{}}

Een alternatieve vorm is:

\frac{bedrag}{100}\cdot percentage=\frac{bedrag}{100}\cdot percentage=\frac{bedrag}{100}\cdot percentage\frac{bedrag}{100}\cdot percentag\frac{bedrag}{100}\cdot percenta\frac{bedrag}{100}\cdot percent\frac{bedrag}{100}\cdot percen\frac{bedrag}{100}\cdot perce\frac{bedrag}{100}\cdot perc\frac{bedrag}{100}\cdot per\frac{bedrag}{100}\cdot pe\frac{bedrag}{100}\cdot p\frac{bedrag}{100}\cdot\frac{bedrag}{100}\frac{bedrag}{10}\frac{bedrag}{1}\frac{bedrag}{\placeholder{}}\frac{bedra}{\placeholder{}}\frac{bedr}{\placeholder{}}\frac{bed}{\placeholder{}}\frac{be}{\placeholder{}}\frac{b}{\placeholder{}}\frac{}{\placeholder{}}\frac{B}{\placeholder{}}\frac{Be}{\placeholder{}}\frac{Bed}{\placeholder{}}\frac{Be}{\placeholder{}}\frac{B}{\placeholder{}}\frac{\placeholder{}}{\placeholder{}}

Ook kan je de onderstaande formule gebruiken:

Groeifactor\cdot100=Groeifactr\cdot100=Groeifact\lor r\cdot100=Groeifact\lor\cdot100=Groeifact\lor r\cdot100=Groeifact\lor\cdot100=Groeifact\cdot100=Groeifact\lor\cdot100=Groeifacto\cdot100=Groeifact\cdot100=GroeifactO\cdot100=GroeifactOR\cdot100=GroeifactO\cdot100=Groeifact\cdot100=Groeifact\lor\cdot100=Groeifact\lor\cdot100Groeifact\lor\cdot10Groeifact\lor\cdot1Groeifact\lor\cdotGroeifact\lorGroeifactoGroeifactGroeifacGroeifaGroeifGroeiGroeGroGrG

Voorbeeld

Stel, Dimitri heeft €500 op zijn spaarrekening en ontvangt 1,29% rente. Hoeveel rente ontvangt hij na een jaar?

Berekening: 1,29 / 100 x 500 = €6,45

2. Deel van een bedrag in percentages uitdrukken

Hiermee kun je het relatieve aantal van een heel getal vaststellen. Dit is nuttig voor vergelijkingen.

Formule

\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=\frac{Deel}{Geheel}\cdot100\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=d\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=de\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=dee\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deel\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelv\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelva\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelv\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deel\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=dee\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deel\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelv\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelva\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelvan\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelvanb\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelvanbe\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelvanb\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelvan\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelva\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deelv\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=deel\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=dee\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=de\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=d\frac{Deel}{Geheel}\cdot100=\frac{Deel}{Geheel}\cdot100\frac{Deel}{Geheel}\cdot10\frac{Deel}{Geheel}\cdot1\frac{Deel}{Geheel}\cdot\frac{Deel}{Geheel}\frac{Deel}{Gehee}\frac{Deel}{Gehe}\frac{Deel}{Geh}\frac{Deel}{Ge}\frac{Deel}{G}\frac{Deel}{\placeholder{}}\frac{Dee}{\placeholder{}}\frac{De}{\placeholder{}}\frac{D}{\placeholder{}}\frac{\placeholder{}}{\placeholder{}}

Voorbeeld

Als er 56 auto’s op een parkeerplaats staan en 11 zijn rood. Hoe groot is dan het percentage rode auto's:

Berekening: 11 / 56 x 100 = 19,6%

3. Veranderingen in percentages berekenen

Dit gaat over het berekenen van groei of krimp in percentages, welke regelmatig tussen twee waarden worden vergeleken.

Formule

\frac{verandering}{basis}\cdot100=\frac{verandering}{basis}\cdot100\frac{verandering}{basis}\cdot10\frac{verandering}{basis}\cdot1\frac{verandering}{basis}\cdot\frac{verandering}{basis}\frac{}{basis}\frac{ver\land er\in g}{basis}\frac{ver\land er\in}{basis}\frac{ver\land eri}{basis}\frac{ver\land er}{basis}\frac{ver\land e}{basis}\frac{ver\land}{basis}\frac{veran}{basis}\frac{vera}{basis}\frac{ver}{basis}\frac{ver\land}{basis}\frac{veran}{basis}\frac{vera}{basis}\frac{ver}{basis}\frac{ver}{basi}\frac{ver}{bas}\frac{ver}{ba}\frac{ver}{b}\frac{ver}{}\frac{ver}{B}\frac{ver}{Ba}\frac{ver}{Bas}\frac{ver}{Basi}\frac{ver}{Basis}\frac{ver}{Basi}\frac{ver}{Bas}\frac{ver}{Ba}\frac{ver}{B}\frac{ver}{\placeholder{}}\frac{ve}{\placeholder{}}\frac{ver}{\placeholder{}}\frac{ver\land}{\placeholder{}}\frac{veran}{\placeholder{}}\frac{vera}{\placeholder{}}\frac{ver}{\placeholder{}}\frac{ve}{\placeholder{}}\frac{ver}{\placeholder{}}\frac{ver\land}{\placeholder{}}\frac{ver\land e}{\placeholder{}}\frac{ver\land er}{\placeholder{}}\frac{ver\land eri}{\placeholder{}}\frac{ver\land er}{\placeholder{}}\frac{ver\land e}{\placeholder{}}\frac{ver\land}{\placeholder{}}\frac{veran}{\placeholder{}}\frac{vera}{\placeholder{}}\frac{ver}{\placeholder{}}\frac{ve}{\placeholder{}}\frac{v}{\placeholder{}}\frac{}{\placeholder{}}\frac{V}{\placeholder{}}\frac{Ve}{\placeholder{}}\frac{Ver}{\placeholder{}}\frac{Ve}{\placeholder{}}\frac{V}{\placeholder{}}\frac{\placeholder{}}{\placeholder{}}\frac{verer\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land er\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land\land er\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land\land eer\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land\land erer\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land\land eer\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land\land er\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land aner\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land aer\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land er\in g}{\placeholder{}}\frac{veraner\in g}{\placeholder{}}\frac{veraer\in g}{\placeholder{}}\frac{verer\in g}{\placeholder{}}\frac{veer\in g}{\placeholder{}}\frac{verer\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land er\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land erig}{\placeholder{}}\frac{ver\land erg}{\placeholder{}}\frac{ver\land er\in g}{\placeholder{}}\frac{ver\land er\in}{\placeholder{}}\frac{ver\land eri}{\placeholder{}}\frac{ver\land er}{\placeholder{}}\frac{ver\land e}{\placeholder{}}\frac{ver\land}{\placeholder{}}\frac{veran}{\placeholder{}}\frac{vera}{\placeholder{}}\frac{ver}{\placeholder{}}\frac{ver\land}{\placeholder{}}\frac{ver\land e}{\placeholder{}}\frac{ver\land er}{\placeholder{}}\frac{ver\land er\in}{\placeholder{}}\frac{ver\land eri}{\placeholder{}}\frac{ver\land er}{\placeholder{}}\frac{ver\land e}{\placeholder{}}\frac{ver\land}{\placeholder{}}\frac{veran}{\placeholder{}}\frac{vera}{\placeholder{}}\frac{ver}{\placeholder{}}\frac{ve}{\placeholder{}}\frac{v}{\placeholder{}}\frac{}{\placeholder{}}\frac{V}{\placeholder{}}\frac{Ve}{\placeholder{}}\frac{Ver}{\placeholder{}}\frac{Vera}{\placeholder{}}\frac{Veran}{\placeholder{}}\frac{Vera}{\placeholder{}}\frac{Ver}{\placeholder{}}\frac{Ve}{\placeholder{}}\frac{V}{\placeholder{}}\frac{}{\placeholder{}}\frac{1}{\placeholder{}}

\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot100=\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot100\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot10\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot1\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot1-\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot1--\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot1-\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot1\frac{nieuw-oud}{oud}\cdot\frac{nieuw-oud}{oud}\frac{nieuw-oud}{ou}\frac{nieuw-oud}{o}\frac{nieuw-oud}{\placeholder{}}\frac{nieuw-ou}{\placeholder{}}\frac{nieuw-o}{\placeholder{}}\frac{nieuw-}{\placeholder{}}\frac{nieuw}{\placeholder{}}\frac{nieuw}{\placeholder{}}-\frac{nieuw}{\placeholder{}}\frac{nieu}{\placeholder{}}\frac{nie}{\placeholder{}}\frac{ni}{\placeholder{}}\frac{n}{\placeholder{}}\frac{}{\placeholder{}}\frac{N}{\placeholder{}}\frac{Ni}{\placeholder{}}\frac{N}{\placeholder{}}\frac{\placeholder{}}{\placeholder{}}5

Voorbeeld

Stel, Jan is 1,86 meter en Karel is 1,78 meter. Hoeveel procent is Jan groter dan Karel?

Berekening: (1,86 - 1,78) / 1,78 x 100 = 4,5%

4. Verhoudingen berekenen

Verhoudingen helpen om de relatie tussen twee of meer getallen te verduidelijken zonder de basis te verliezen. Verhoudingen zijn vaak te zien bij bijvoorbeeld wissel koersen.

Voorbeeld

Stel het BBP in 2010 werd 750 miljard en is met 5% gestegen in 2011. Hoeveel bedraagt het BBP in 2011? Je kunt hiervoor een verhoudingstabel gebruiken.

Afbeelding 1: verhoudingstabel
Afbeelding 1: verhoudingstabel

Antwoord: het BBP in 2011 bedraagt 787,5 miljard.

5. Indexcijfers berekenen

Indexcijfers worden gebruikt om veranderingen in bijvoorbeeld het BBP en bevolkingsgroei te meten ten opzichte van een basisjaar.

Formule

Nieuw getal / Basisjaar x 100 =

Voorbeeld

Als het aantal leerlingen in 2000 1400 was en in 2005 1540 is:

Indexcijfer 2000 = 1400 / 1400 x 100 = 100

Indexcijfer 2005 = 1540 / 1400 x 100 = 110

Samenvatting

In dit artikel zijn de vijf belangrijkste rekenvaardigheden binnen de economie besproken. Door deze vijf vaardigheden te beheersen, ben je goed voorbereid op economische vragen in je toetsen en in het dagelijks leven.

Veelgestelde vragen
Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo