Tips voor het centraal eindexamen leesvaardigheid

Tips voor het centraal eindexamen leesvaardigheid

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 17:58
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Maak de opgave die bij dit onderwerp hoort.
Samenvatting

Leerdoelen

Je kunt je eigen voorbereiding op het Duitse leesvaardigheidsexamen plannen en uitvoeren.

Je kunt effectieve leesstrategieën toepassen, signaalwoorden herkennen en examenwoorden begrijpen voor een Duitse tekst.

Je kunt de do's en don'ts tijdens het maken van een Duits leesvaardigheidsexamen benoemen en toepassen.

Voorbereiding op het examen

Oefenen met oude examens

Een cruciale stap in je voorbereiding is het oefenen met oude eindexamens. Deze zijn online te vinden op JoJoschool Selecteer hier bovenaan je niveau (havo of vwo) en het gewenste jaartal. Je vindt er examens van verschillende tijdvakken (één, twee en soms drie). Let op: er zijn geen examens voor het jaar 2020 vanwege de coronapandemie.

Analyseren van fouten

Bij het oefenen met examenteksten is het belangrijk om de antwoorden pas na te kijken wanneer je alle opgaven hebt gemaakt. Veel leerlingen (en docenten vroeger ook) houden het antwoordenblad ernaast, maar hier leer je weinig van. Als je antwoorden fout zijn, tel dan niet alleen je punten, maar ga vooral kijken waar je de punten hebt laten liggen. Lees de tekst nog een keer grondig en probeer te begrijpen waarom jouw antwoord onjuist is en het juiste antwoord correct. Wees hierin kritisch. Kom je er niet uit? Vraag dan iemand die goed Duits kan om mee te denken. Als dat ook niet lukt, aarzel dan niet om je docent Duits om hulp te vragen en de tekst samen te bespreken.

Oefenmateriaal en methoden

Maak de oefenexamens en leestoetsen zoveel mogelijk op papier en niet digitaal. Op papier kun je beter cirkelen, arceren, woorden opschrijven en ben je over het algemeen productiever. Dit maakt het nabespreken en nakijken ook makkelijker, omdat je sneller ziet waar je markeringen en fouten hebt gemaakt.

Gebruik een echt woordenboek, geen digitaal woordenboek. Een digitaal woordenboek nodigt uit tot het opzoeken van hele zinnen, wat niet realistisch is voor het examen. Hoe meer je oefent met een papieren woordenboek, des te ervarener je wordt. Zo bespaar je tijd bij het opzoeken én leer je hoe je een woordenboek gebruikt en de afkortingen leest. (Tip: bekijk een instructievideo over het gebruik van een woordenboek als je dit lastig vindt).

Optimale leeromgeving

Zorg tijdens je voorbereiding voor voldoende rust. Doe niet twee, drie of vier hele examens achter elkaar. Neem de tijd en plan rustmomenten in. Maak bijvoorbeeld een klein blokje om of doe even iets actiefs in plaats van op je telefoon te gaan. Actieve pauzes helpen je om in de 'flow' te blijven en daarna weer geconcentreerd verder te kunnen.

Leg je mobiele telefoon tijdens het oefenen altijd weg en zet hem uit om afleiding te voorkomen. Hoewel muziek rust kan geven, is het tijdens het voorbereiden van leesvaardigheid minder effectief. Op je examen heb je ook geen muziek op de achtergrond, en muziek kan een storende factor zijn, omdat je je concentratie over twee dingen verdeelt.

Je eigen woordenlijst aanleggen

Maak je eigen woordenlijst aan. Schrijf niet elk woord op, maar focus op woorden die vaker voorkomen in examenteksten, die je niet kende of die je moeilijk vond bij het beantwoorden van vragen. Door woorden op te schrijven, onthoud je ze beter dan wanneer je ze alleen leest. Geef de woorden een kleur naar relevantie. Kom je bepaalde woorden vaker tegen bij teksten over eenzelfde onderwerp, dan zijn het belangrijke woorden. Woorden die minder vaak voorkomen, kun je een andere kleur geven.

Bronnen voor actuele teksten

Als je het lastig vindt om nieuwe teksten op jouw niveau te vinden, zoek dan naar openbare bronnen. Denk aan websites als DuitschSpiegel.de, FAZ.net (Frankfurter Allgemeine Zeitung), Stern.de en DW.com. Dit zijn actuele bronnen die veel teksten aanbieden. Je kunt vaak filteren op onderwerpen, zoals techniek, economie of maatschappij. Zo kun je gericht oefenen met onderwerpen die je moeilijk vindt.

Belangrijke basisvaardigheden

Bekijk de video's over signaalwoorden, veelvoorkomende vraagstellingen en leesstrategieën. Deze onderwerpen zijn essentieel voor het begrijpen van teksten en vragen en bieden concrete handvatten voor je examen.

Tijdens het examen

Tijdbeheer en vragen overslaan

Houd de tijd goed in de gaten. Een examen duurt meestal tweeënhalf tot drie uur. Oefen thuis alvast met deze tijdsduur om te wennen aan het tempo. Blijf niet te lang hangen bij een vraag. Als je er niet uitkomt, sla de vraag dan over, maak een duidelijke markering (bijvoorbeeld een kruisje op het opgavenblad of schrijf het vraagnummer op een apart blaadje) en ga verder. Het is zonde als je door tijdgebrek makkelijke vragen mist. Kom later terug op de overgeslagen vragen. Het gebeurt helaas vaak dat leerlingen vergeten overgeslagen vragen in te vullen; een markering helpt dit te voorkomen.

Efficiënt woordenboekgebruik

Zoals eerder genoemd, kost woordenboekgebruik tijd. Gemiddeld kost het opzoeken van een woord één minuut per persoon. Zoek dus alleen de relevante woorden op die je echt nodig hebt om een vraag te beantwoorden. Schrijf de vertaling van een opgezocht woord direct op bij de tekst of vraag. Door spanning of vermoeidheid kun je een woord gemakkelijk weer vergeten, en dan ben je kostbare tijd kwijt door het opnieuw op te zoeken. Als je tijd over hebt, kun je na afloop voor de lol nog woorden opzoeken, maar maak tijdens het examen een inschatting van de relevantie.

Leesstrategieën

Begin met het globaal bekijken van de tekst voordat je begint met lezen. Kijk naar de titel, ondertitel, dikgedrukte woorden en eventuele plaatjes. Lees daarna de tekst globaal door om een idee te krijgen van het onderwerp. Lees dan de eerste vraag. De vragen staan vrijwel altijd in de volgorde van de tekst. Dat betekent dat vraag één meestal betrekking heeft op het begin van de tekst, vraag twee op het deel daarna, enzovoort. Dit helpt je om gericht te zoeken naar antwoorden in de tekst.

Markeringen en aantekeningen

Het examenboekje is van jou, dus je mag erin schrijven wat je wilt. Schrijf de vertaling van opgezochte woorden direct op in de kantlijn. Onderstreep en arceer (highlight) of omcirkel belangrijke elementen (bijvoorbeeld vijf per alinea). Dit helpt je om later snel informatie terug te vinden als je een vraag opnieuw bekijkt. Door de zin of het woord dat het antwoord weergeeft te arceren, help je jezelf ook om het antwoord goed over te nemen (handig bij dyslexie) en kun je bij het controleren van je antwoorden snel terugvinden waar je de informatie hebt gevonden. Gebruik hiervoor geen donkere stiften, maar lichte kleuren zoals geel, lichtroze, lichtblauw of lichtgroen.

Antwoorden en valkuilen

Open vragen correct beantwoorden

Beantwoord open vragen altijd in het Nederlands, tenzij expliciet anders is vermeld in de vraagstelling. Een veelvoorkomende fout is dat leerlingen door stress Duitse woorden of zinnen overnemen, terwijl de vraag een Nederlands antwoord vereist. Dit wordt, hoe goed de inhoud ook is, als fout gerekend. Als de vraag in het Duits is gesteld, is het meestal de bedoeling dat je ook in het Duits antwoordt.

Meerkeuzevragen begrijpen

Bij meerkeuzevragen staan de antwoordopties (A, B, C, D) vaak in alfabetische volgorde van de eerste letter van de keuzemogelijkheid. Twijfel niet aan jezelf als je vaak achter elkaar hetzelfde antwoord (bijvoorbeeld A, A, A) hebt; de toetsmakers letten hier niet op en de antwoorden staan los van elkaar.

Een belangrijke tip voor meerkeuzevragen met vier opties: er zijn vaak twee onzinnige antwoorden, één antwoord met een half fundament in de tekst (het sluit niet volledig aan of mist nuance), en één antwoord dat volledig overeenkomt met de tekst. Dit geldt voor vmbo, havo én vwo; alleen de moeilijkheidsgraad van de tekst en de gebruikte woorden variëren per niveau.

Controleer je antwoorden

Wanneer je klaar bent met het examen, neem dan de tijd om nogmaals te controleren of je alle vragen hebt ingevuld, inclusief de vragen die je eventueel hebt overgeslagen en gemarkeerd. Controleer ook of je antwoorden logisch zijn in het licht van de tekst.

Laat je 'OMA' thuis

De laatste, maar zeker niet de minste tip: laat altijd je OMA thuis. OMA staat voor Overtuigingen, Meningen en Adviezen (of je eigen aanpak). Dit betekent dat je een tekst altijd neutraal moet lezen. Als een tekst bijvoorbeeld over paardensport gaat en je bent zelf een ervaren ruiter, doe dan alsof je er niets van weet. Vul geen eigen kennis of meningen in die niet direct uit de tekst blijken. Het antwoord moet altijd gebaseerd zijn op wat er in de tekst staat, niet op wat jij zelf denkt of weet.

Veelgestelde vragen
Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo