Werkwoorden mix. Welke (veelgebruikte) werkwoorden krijgen altijd de 3e naamval, welke de 4e naamval?
Vul in: '3' of '4'


Sven TillemaWerkwoorden mix. Welke (veelgebruikte) werkwoorden krijgen altijd de 3e naamval, welke de 4e naamval?
Vul in: '3' of '4'
In deze les gaan we de 1e, 3e en 4e naamval in het Duits bekijken. We zullen uitleggen wanneer je welke vorm van het persoonlijk voornaamwoord moet gebruiken en hoe deze naamvallen functioneren binnen de Duitse grammatica.
De 1e naamval gebruik je voor het onderwerp van de zin. In het Nederlands zou je dit kunnen omschrijven met de vraag "wie of wat" plus het gezegde. Het onderwerp staat meestal aan het begin van de zin.
Voorbeeld:
•Zin: "Er läuft in den Gang."
•Vraag: "Wer läuft in den Gang?"
•Antwoord: "er."
De 3e naamval gebruik je voor de indirecte objecten, vaak geïnterpreteerd als "aan wie" of "voor wie." Deze naamval wordt bijvoorbeeld gebruikt met de voorzetsels an of für.
Voorbeeld:
•Zin: "Ich habe ihm ein Bonbon gegeben."
•Vraag: "Wem habe ich ein Bonbon gegeben?"
•Antwoord: "Ihm."
De 4e naamval wordt gebruik voor het directe object van de zin, in het Nederlands het lijdend voorwerp. Je bepaalt deze naamval door de vraag te stellen "wie of wat" na het onderwerp.
Voorbeeld:
•Zin: "Hast du sie gesehen?"
•Vraag: "Wen hast du gesehen?"
•Antwoord: "Sie."
Er zijn enkele vaste voorzetsels die altijd de 3e naamval vereisen, zoals:
•bei
•mit
•nach
•seit
•von
•zu
En enkele vaste voorzetsels die altijd de 4e naamval vereisen zijn:
•durch
•für
•ohne
•um
•bis
•gegen
Bepaalde werkwoorden gebruiken ook standaard een specifieke naamval. Hier zijn er een paar voorbeelden:
3e naamval:
•Danken - bedanken
•Voorbeeld: "Ich danke dir für deine Hilfe." - Ik bedank jou voor jouw hulp
4e naamval:
•fragen - vragen
•Voorbeeld: "Ich frage euch." - Ik vraag jullie
Sommige voorzetsels kunnen zowel de 3e als de 4e naamval vereisen, afhankelijk van de context. Deze worden keuzevoorzetsels genoemd. De keuze tussen 3e en 4e naamval hangt af van de vraag:
Stilstaand: vragen zoals "waar?": 3e naamval
•Voorbeeld: "Wir sehen uns in der Minute." - we zien elkaar in de minuut.
Bewegend vragen zoals "waarheen?": 4e naamval
•Voorbeeld: "Ich springe über dich." - ik spring over jou.
Wanneer je geen antwoord kunt vinden op de vragen met betrekking tot het gebruik van keuzevoorzetsels, kun je de 7-2 regel toepassen. Deze regel houdt in dat bij de keuzevoorzetsels an, auf, hinter, neben, in, über, unter, vor, en zwischen, de voorzetsels a en u meestal de 4e naamval gebruiken, terwijl de anderen meestal de 3e naamval gebruiken.
Hieronder staat een overzicht van de persoonlijke voornaamwoorden in de verschillende naamvallen:
•ich - ik
•du - jij
•er - hij
•sie - zij
•es - het
•mir - mij
•dir - jou
•ihm - hem
•ihr - haar
•ihm - het
•mich - mij
•dich - jou
•ihn - hem
•sie - haar
•es - het
•Identificeer het onderwerp: kijk altijd eerst naar het onderwerp van de zin.
•Gebruik vaste werkwoorden en voorzetsels: zorg dat je de vaste werkwoorden en voorzetsels die een specifieke naamval vereisen goed kent.
•Oefen met zinnen: probeer zinnen te maken met verschillende naamvallen om je begrip te versterken.
Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!
Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.
Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.







