Leerdoelen
•Je weet wat een zelfstandig naamwoord is.
•Je weet welke geslachten een Duits woord kan hebben en welke lidwoorden daarbij horen.
•Je kent de hoofdregels voor het bepalen van het geslacht.
Wat is een zelfstandig naamwoord?
Een zelfstandig naamwoord is een woord dat een ding, dier, mens of plant beschrijft. Voorbeelden hiervan zijn ''die Flasche'' (de fles), ''die Menschen'' (de mensen) en ''die Katze'' (de kat). Elk zelfstandig naamwoord heeft altijd een lidwoord. In het Nederlands zijn de lidwoorden: de, het en een. In het Duits hebben we drie lidwoorden:
•der voor mannelijke woorden
•die voor vrouwelijke woorden
•das voor onzijdige woorden
•die voor meervoud
Hoofdregels voor mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden
Mannelijke woorden
Mannelijke woorden krijgen het lidwoord der. Dit betreft meestal:
•Mannelijke personen (der Vater - de vader)
•Mannelijke dieren (der Kater - de kater)
•Mannelijke beroepen (der Lehrer - de leraar)
Daarnaast krijgen dagen en maanden, zoals der Juli (juli), en jaargetijden, zoals der Herbst (de herfst), ook het lidwoord der. Windrichtingen, zoals der Norden (het noorden) en der Osten (het oosten), zijn eveneens mannelijk. Dit geldt ook voor woorden die de stam van een werkwoord bevatten, zoals der Beginn (van beginnen) en der Kauf (van kopen).
Vrouwelijke woorden
Vrouwelijke woorden krijgen het lidwoord die. Dit omvat:
•Vrouwelijke personen (die Mutter - de moeder)
•Vrouwelijke beroepen (die Lehrerin - de docente)
•Vrouwelijke dieren (die Kuh - de koe)
Veel vrouwelijke woorden eindigen op een e (die Lampe - de lamp), maar er zijn uitzonderingen. Bijvoorbeeld der Name (de naam) eindigt ook op een e, maar is mannelijk.
Daarnaast zijn er bepaalde uitgangen die altijd vrouwelijke woorden aanduiden, zoals:
•-Heit (bijvoorbeeld die Gesundheit - de gezondheid)
•-Keit (bijvoorbeeld die Möglichkeit - de mogelijkheid)
•-Schaft (bijvoorbeeld die Freundschaft - de vriendschap)
•-Ung (bijvoorbeeld die Meinung - de mening)
Onzijdige woorden
Onzijdige woorden krijgen het lidwoord das. Veel woorden die in het Nederlands het zijn, krijgen in het Duits das. Voorbeelden hiervan zijn:
•das Wasser (het water)
•das Mädchen (het meisje)
Woorden die eindigen op -chen of -lein zijn verkleinwoorden en altijd onzijdig, zoals das Büchlein (het boekje) en das Mädchen (het meisje).
Meervoudsvormen
Bij meervoudsvormen gebruiken we ook het lidwoord die voor meerdere dingen, dieren of mensen, zoals:
•die Kinder (de kinderen)
•die Blumen (de bloemen)
•die Löwen (de leeuwen)
Voorbeeldwoorden en hun geslacht
Enkele woorden en hun geslacht met het bijbehorende lidwoord:
•Onkel (oom) - der Onkel (mannelijk)
•Rechnung (rekening) - die Rechnung (vrouwelijk)
•Straße (straat) - die Straße (vrouwelijk)
•Häuser (huizen) - die Häuser (meervoud)
•Fräulein (mevrouw) - das Fräulein (onzijdig)