Veelgestelde vragen over Übung macht den meister
Wanneer gebruik je het lidwoord 'de' of 'het'?
Hoe gebruik je de uitgangen van de der- en ein-groep en voorzetsels in het Duits?
Welke regels zijn er voor de Duitse lidwoorden der, die, das?
Hoe bepaal je het geslacht van Duitse zelfstandige naamwoorden als er geen duidelijke regel is?
Hoe zeg je 'ik zit op school' in het Duits?
Wat zijn de werkwoordsvormen van haben, sein en werden?
Wat is de verleden tijd van 'sein', 'haben' en 'werden' in het Duits?
Hoe vervoeg je de Duitse werkwoorden haben, sein en werden in de tegenwoordige tijd?
Wat zijn de DER-groep en EIN-groep in het Duits?
Hoe herken en benoem ik woordsoorten in een zin?
Welke belangrijke woorden zijn er in het Duits?
Hoe vervoeg je het werkwoord haben in het Duits?
Welke Duitse voorzetsels veroorzaken de derde of vierde naamval?